Minister Vanackere sluit een evenwichtig akkoord af voor de federale ambtenaren
October 2 2009, 8:37am
In een context van noodzakelijke besparingen mag ook de overheid zelf niet achterwege blijven. Dit vertaalt zich door het voortzetten van de trend in de richting van minder federale ambtenaren. Het feit dat in het komende decennium 40% van de ambtenaren met pensioen vertrekken, creëert kansen om op een soepele manier te evolueren naar een slanker overheidsapparaat.
Het sectoraal akkoord met de overheidsvakbonden geldt voor de periode 2009-2010.
In een context van noodzakelijke besparingen mag ook de overheid zelf niet achterwege blijven. Dit vertaalt zich door het voortzetten van de trend in de richting van minder federale ambtenaren. Het feit dat in het komende decennium 40% van de ambtenaren met pensioen vertrekken, creëert kansen om op een soepele manier te evolueren naar een slanker overheidsapparaat. Dit jaar bevroor ik de personeelskredieten op 98% van het budget. Als die maatregel wordt voortgezet, leidt dit samen met de andere beslissingen om jaarlijks nog eens 0,7% te besparen, tot een daling van de personeelskredieten met 3,4% in twee jaar tijd.
Werken met minder ambtenaren wil niet zeggen dat deze ambtenaren niet correct verloond moeten worden. Het is cruciaal dat de overheid zich als een aantrekkelijke werkgever blijft positioneren. Maar de gewijzigde budgettaire context maakt dat de marge voor een sociaal akkoord niet zo groot kon zijn als voor 2008, toen een totale uitgave van 35 miljoen euro voor één jaar kon worden voorzien. Het nu gesloten akkoord is zuiniger. Het voorziet in een bedrag van 25,7 miljoen euro voor een periode van 2 jaar. Dit komt neer op een toename van de loonmassa met 0,7% in twee jaar tijd (ofwel 0,35% op jaarbasis). Daarmee blijft dit akkoord ruimschoots onder de afspraken die in de privésector werden afgesloten.
Op het niveau van de koopkracht is de belangrijkste maatregel een verdere stap in de richting van het creëren van een dertiende maand van de ambtenaren. Dit gebeurt door een verhoging met 7% van een maandwedde, met een minimum van 150 euro bruto en een maximum van 300 euro bruto. Ook een reeks andere maatregelen zijn er op gericht om ambtenaren te motiveren hun competenties te ontwikkelen. De evolutie van de loopbanen dient wat meer rekening te houden met de evaluatie van het werk en de vereiste competenties, en niet alleen met anciënniteit. Er wordt vooruitgang geboekt in de erkenning van elders verworven competenties (EVC). De taalpremies worden bijzonder gevoelig (voor sommige categorieën tot 150%) opgetrokken. De fietsvergoeding wordt verhoogd van 15 eurocent naar 20 eurocent, en er komen inspanningen om het gebruik van de fiets te bevorderen. De tegemoetkoming in de hospitalisatieverzekering wordt opgetrokken van 50% naar 75%.
Ook de verlofreglementering werd verbeterd, bijvoorbeeld door het voorzien van pleegzorgverlof voor alle personeelsleden. Anderzijds werden de regels met betrekking tot dienstvrijstellingen en opleidingsverloven op een strakkere manier geformuleerd.
De modernisering van het openbaar ambt in de richting van meer geresponsabiliseerde, competente ambtenaren - allicht minder in aantal maar zeker ook correct betaald - verloopt niet via slogans, maar via stapsgewijze vooruitgang, in goed overleg met de vakbonden.
Steven Vanackere