CD&V

Subscribe by RSS

 

Afscheid van twee burgervaders

November 26 2009, 4:50am

Twee van onze meest gewaardeerde burgemeesters vertrekken op pensioen. Jef Gabriels was 23 jaar lang burgemeester van Genk, een periode waarin hij de getraumatiseerde mijngemeente ombouwde tot een moderne, levendige trekpleister voor de wijde omgeving. Paul Tant deed, op een iets bescheidener schaal, 32 jaar lang hetzelfde met de Vlaamse Ardennengemeente Kruishoutem. Voor ze definitief afzwaaien, geven ze hun jongere collega’s nog wat goede raad mee.

Tip 1: Een goeie burgemeester eet, maar drinkt niet

Jef Gabriels: Voor mensen is het belangrijk om contact te hebben met hun burgemeester. Zelf heb ik er altijd een sterke representatie op nagehouden, met strakke agenda’s. Van vrijdagavond tot zondagavond bezocht ik toch altijd zo’n 15 à 25 activiteiten. Dat was een kwestie van op tijd vertrekken en niet drinken, maar wel eten – en dat is er ook aan te zien. Dat je geen alcohol drinkt, accepteren de mensen, zo heb ik ervaren, maar dat je niks eet niet. Ik heb collega’s gekend die op hun lijn letten en de volgende keer niet herverkozen waren (lacht).

Paul Tant: Zitdagen zijn nog zo’n belangrijk contactmoment. Als burgemeester is het belangrijk dat de mensen je weten te vinden. Je moet openstaan voor hun verhalen. Dat is ook als mens verrijkend. Omwille van mijn parlementaire bezigheden was het niet altijd mogelijk om aanwezig te zijn. Medewerkers namen dan mijn plaats in en noteerden alles zorgvuldig. Mensen die mij niet persoonlijk hadden kunnen spreken, kregen dikwijls nog sneller antwoord dan degenen die ik wel had gezien. Dat schept vertrouwen in jou en je team.

Gabriels: Mijn vaste zitdag was op zaterdag. Wel, ik heb dat eens bekeken: in heel die periode, van 1977 tot en met 2006, ben ik op zaterdagmorgen welgeteld één keer thuis geweest. Dat was op de dag dat koning Boudewijn begraven is. Op zo’n moment hou je nu eenmaal geen zitdag.

Tip 2: Een goeie burgemeester is licht schizofreen

Tant: Representatie is erg belangrijk, maar daar beperkt het zich niet toe. In belangrijke dossiers moet een burgemeester ook het voortouw durven nemen. Hij moet zijn dossiers dus heel goed kennen. Kruishoutem was ooit een typische Vlaamse Ardennengemeente met een teruglopend bevolkingsaantal en een verminderende economische activiteit. Dankzij de aanleg van de E17 in de eerste periode van mijn burgemeesterschap hebben we die trend kunnen keren. In de eerste plaats door in de nabijheid van de snelweg een industrieterrein aan te leggen. En ook door te zorgen voor een goede verbinding met die snelweg. Zo hebben we Kruishoutem kunnen uitbouwen tot een woongemeente, maar wel één die netto werkverschaffend is geworden voor de omgeving.

Gabriels: Eigenlijk verkeert een burgemeester constant in een vorm van lichte schizofrenie: met de inwoners moet je op een gemoedelijke, sympathieke, bijna zachtaardige manier omgaan. Maar voor de mensen met wie je het nauwst samenwerkt, je schepencollege, je managementteam, moet je hard zijn. Je organisatie moet draaien. Zeker met een weinig kapitaalkrachtige bevolking zoals in Genk, is het zaak om elke euro nuttig te besteden. De mensen die het dichtst bij mij stonden kennen dus het best mijn slechte eigenschappen.

Tip 3: Een goeie burgemeester heeft een opa-blik

Tant: Als je een onpopulaire beslissing hebt genomen, moet je een des te grotere inspanning doen om het waarom van die beslissing uit te leggen. En soms moet je gewoon de tijd zijn werk laten doen. Als je bijvoorbeeld een nieuw woongebied aanlegt, dan is dat altijd op iemands grondgebied. In het begin hoef je daarvoor niet op applaus te rekenen. Maar soms heb je gewoon tijd nodig om de mensen te laten zien dat het wel degelijk om een verantwoorde, goed doordachte maatregel gaat. Het probleem van deze tijd is dat onze maatschappij en ook onze politici te vaak de lange termijn uit het oog verliezen. Opgejaagd door de publieke opinie en de media laten ze zich teveel verleiden tot het korte-termijndenken.

Gabriels: (knikt) Een samenleving heeft duurzaamheid nodig: in menselijke relaties, in onze omgang met de natuur, in ons beleid… Daarom zou een burgemeester altijd moeten besturen met een opa-blik. Bij elke beslissing die hij neemt moet hij zich afvragen: zal dit ook onze kleinkinderen ten goede komen?

Tip 4: Een goeie burgemeester zet ramen en deuren open

Tant: Als ik nog één tip mag geven aan jonge burgemeesters: werk zoveel mogelijk met openbare besturen. In Kruishoutem zijn er meer dan dertig mensen aanwezig op de bestuursvergadering. Als burgemeester geeft dat het voordeel dat je perfect op de hoogte bent van wat er leeft in je gemeente. Het verhoogt ook de betrokkenheid van de inwoners. Eens de vergadering gedaan is zijn die bestuursleden de grootste supporters van jouw beleid. Werk ook niet met vaste agenda’s: hoe sneller een onderwerp op de tafel kan komen, hoe sneller je erop kan inspelen.

Gabriels: We moeten inwoners inderdaad nog meer durven betrekken bij het beleid. In Genk hebben we al decennia lang de traditie om halverwege de legislatuur de wijken rond te gaan om de mensen te vragen wat er zoal leeft in hun buurt. Mensen verwachten geen huisbezoeken als er geen verkiezingen voor de deur staan. Op zo’n moment appreciëren ze dat des te meer. Wijkvergaderingen zijn nog zo’n manier om de vinger aan de pols te houden. Het zijn uitstekende gelegenheden om een open en eerlijk contact op te bouwen.

We komen uit een tijdperk waarin de inwoner gedoogd werd aan het gemeenteloket. Momenteel zitten we in een fase waarin de inwoner steeds meer betrokken wordt bij het beleid. Hopelijk evolueren we naar een samenleving waarin inwoners nog meer zelf hun verantwoordelijkheid nemen. Een samenleving heeft namelijk veel mensen nodig die hun verantwoordelijkheid nemen. John F Kennedy heeft dat heel mooi verwoord toen hij zei: ‘Vraag niet wat je land voor jou kan doen. Vraag wat jij kan doen voor jouw land.’ Het is een citaat dat ik zeker ga gebruiken in mijn afscheidsspeech.

                Twee van onze meest gewaardeerde burgemeesters vertrekken op pensioen. Jef Gabriels was 23 jaar lang burgemeester van Genk, een periode waarin hij de getraumatiseerde mijngemeente ombouwde tot een moderne, levendige trekpleister voor de wijde omgeving. Paul Tant deed, op een iets bescheidener schaal, 32 jaar lang hetzelfde met de Vlaamse Ardennengemeente Kruishoutem. Voor ze definitief afzwaaien, geven ze hun jongere collega’s nog wat goede raad mee.