CD&V

Subscribe by RSS

 

Zeven op Zeven: Jonas Van Puymbroeck

December 20 2009, 7:12am

D-Day

Zaterdag 19 december

Vroeg uit de veren voor de eerste van vele vluchten: Brussel-Doesjanbe, de hoofdstad van Tadzjikistan. Door werken aan de spoorwegen loopt mijn trein vertraging op, waardoor ik de bus mis die me naar de militaire luchthaven van Melsbroek moet brengen. Er zit niks anders op dan een taxi te nemen, een dure affaire in België.

"Tadzjikistan, Doesjanbe: Ingewikkeld land, vreemde stad."

Aan de check-in krijg ik een persmap over deze kersttoer, met alle uitleg over de missies die de Belgische soldaten op de verschillende ‘tonelen’ uitvoeren. Ik installeer me in de cafetaria en begin te lezen. Bij de beschrijving van Afghanistan overvalt me het besef van de barre omstandigheden waarin de Afghanen moeten zien te overleven: ‘Door zijn strategische ligging op de grens van het Midden-Oosten met Azië is Afghanistan al sinds mensenheugenis het toneel van veroveringsoorlogen’, lees ik. (Afghanistan als ‘het slagveld van Azië’… Dat moet ons in België, ‘het slagveld van Europa’, bekend in de oren klinken)

Ik lees verder: ‘Slechts 12 procent van het Afghaanse grondgebied is geschikt voor de landbouw, wat bijzonder weinig is voor een land waar de economie hoofdzakelijk is gebaseerd op landbouwinkomsten.’ Over de weersomstandigheden: ‘Het continentale klimaat wordt tot de meest extreme in de wereld gerekend, met temperaturen die variëren van 49 graden in het zuiden tot -26 graden in het noorden.’ En over de bevolking: ‘De Afghanen hebben een gemiddelde levensverwachting van 43 jaar.’ (dat is de helft van ons Belgen!).

Na een vlucht van ruim zes uur landen we in Doesjanbe, waarna we in konvooi naar een hotel in de buurt gereden worden. Op mijn hotelkamer aangekomen lees ik op Wikipedia nog snel wat info over Tadzjikistan en Doesjanbe. Ingewikkeld land, vreemde stad. Morgenvroeg Kaboel. Ik ben benieuwd.

Dag voor vertrek

Vrijdag 18 december

Drie visa heb ik nodig om deel te kunnen nemen aan deze Kersttoer langs ‘onze jongens’ in het buitenland: voor Afghanistan, Libanon en Tadzjikistan, de uitvalsbasis van waaruit we de Belgische troepen in de drie Afghaanse legerposten Kaboel, Kandahar en Kunduz zullen bezoeken.

Wat Tadzjikistan betreft voldoet de ambassade alvast aan alle clichés die over een dergelijk land de ronde kunnen doen. De verwarring begint al bij het intikken van de begrippen ‘embassy tajikistan brussels’ op Google. De eerste link die ik krijg verwijst vreemd genoeg naar de ambassade van… Griekenland. Na een beetje zoeken vind ik dan toch het adres van de ambassade, op de Louizalaan, en een telefoonnummer. Ik bel het nummer en kom meteen terecht bij de visumverantwoordelijke. ‘Kom morgenvroeg maar langs, we brengen dat meteen in orde’, verzekert hij me. ‘Dat gaat vlot’, denk ik verbaasd.

De volgende dag trek ik zoals afgesproken naar het gevonden adres om te ontdekken dat daar in geen velden een Tadzjiekse ambassade te bespeuren valt. ‘We zijn drie jaar geleden verhuisd, maar hebben nog niet de tijd gehad om onze adreswijziging overal door te geven’, zal de visumverantwoordelijke me later vertellen. Ik bel opnieuw het nummer, maar deze keer neemt zijn collega op: ‘Nee, de man van de visa is er niet, en ik zit in een meeting dus ik zal u moeten laten.’ (klik)

"Ik ga naar het café om de hoek, bestel bier en bedenk een ultiem strijdplan."

Onverrichter zake keer ik terug naar kantoor waar ik een ander adres vindt dat wel het juiste blijkt te zijn. Ik bel weer naar de ambassade, waar de man voor de visa inmiddels weer aangekomen is. ‘Kom morgen maar langs, we brengen dat meteen in orde’ klinkt het bekend in de oren. Deze keer heb ik er minder vertrouwen in. We zijn twee dagen voor het vertrek, dus ik móét dat visum morgen hebben.

De volgende middag trek ik zonder te bellen naar de ambassade. De collega aan de parlofoon: ‘Nee, de man van de visa is er niet. Kom binnen een uurtje maar eens terug.’ Buiten vriest het dat het kraakt. Of ik dan misschien binnen mag wachten? ‘Sorry meneer, maar we hebben hier helaas geen lobby om mensen te ontvangen.’ Ik ga naar het café om de hoek en bestel koffie. Een uur later, hetzelfde liedje: ‘Kom binnen een uurtje maar eens terug.’ Ik ga naar het café om de hoek en bestel koffie. Een uur later: ‘Nee, hij is er niet. Maar kom binnen een half uurtje eens terug.’ Ik ga naar het café om de hoek, bestel bier en bedenk een ultiem strijdplan. De ambassade sluit over een half uur, dit is mijn laatste kans op een visum. Als ik deze keer voor niets aanbel, ga ik het hard moeten spelen.

Een half uur later breekt het moment van de waarheid aan. Ik controleer mijn gsm nog een laatste keer op de nummers van de persmedewerkers van premier Leterme en minister De Crem, en bel aan bij de ambassade. De collega weer, deze keer met goed nieuws: ‘De man die u zoekt is net toegekomen, kom binnen!’ Ik word een klein kamertje binnengeleid en wordt begroet door de visumverantwoordelijke: ‘Goeiemiddag, dus u komt voor een visum! Moet u dat echt vandaag nog hebben?’

                Jonas Van Puymbroeck is hoofdredacteur van Ampersand, het ledenblad van CD&V. Gewapend met een laptop, camera en fototoestel brengt hij verslag uit van het kerstbezoek dat premier Yves Leterme en minister van Defensie Pieter De Crem deze week brengen aan de Belgische soldaten in Afghanistan, Libanon en Kosovo.