CD&V

Subscribe by RSS

 

Sportinfrastructuurfonds

June 25 2010, 6:46am

In 2008 keurde Vlaanderen het wettelijk kader goed voor het Vlaams Sportinfrastructuurplan. Bedoeling hiervan was om op middellange termijn het globale tekort aan sportinfrastructuur in Vlaanderen weg te werken. De manier waarop blijkt echter ontoereikend. Hoog tijd dus om een en ander te herbekijken.

In 2008 keurde Vlaanderen het wettelijk kader goed voor het Vlaams Sportinfrastructuurplan. Bedoeling hiervan was om op middellange termijn het globale tekort aan sportinfrastructuur in Vlaanderen weg te werken. De manier waarop blijkt echter ontoereikend. Hoog tijd dus om een en ander te herbekijken.Een van de maatregelen om het tekort aan sporthallen, sportcentra en sportvelden weg te werken, was om het Vlaams subsidiëringsmechanisme voor sportinfrastructuur te koppelen aan de methode van publiek-private samenwerking.Gemeenten die hier wilden instappen, werden opgeroepen zich kandidaat te stellen voor verschillende segmenten (zwembaden, eenvoudige sporthallen, multifunctionele sportcentra en kunstgrasvelden). De eerste kandidatuurstelling voor de sporthallen moest gebeuren uiterlijk in oktober 2008. Een jaar geleden selecteerde de vorige Vlaamse Regering dan de 42 dossiers die in aanmerking kwamen op gebouwd te worden, 7 daarvan onder voorwaarden. In januari 2010 ontvingen de geselecteerde gemeenten een vraag om uiterlijk op 15 maart 2010 een door de gemeenteraad goedgekeurde mandaatovereenkomst op te sturen. Omdat deze termijn voor veel gemeenten heel krap bleek, werd uitstel verleend tot 31 maart 2010.Uiteindelijk gingen totnogtoe slechts 9 van hen daadwerkelijk een mandaatovereenkomst aan. Dat blijkt uit het antwoord van minister Muyters op een vraag van Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (CD&V). Dat betekent dat er op die manier in de gemeenten Boutersem, Meerhout, Zulte, Kortessem, Antwerpen (2 sporthallen), Kortenaken, Blankenberge en Duffel in totaal drie kleine sporthallen, vijf middelgrote en één grote sporthal gebouwd kunnen worden. “Een druppel op een hete plaat,” aldus Katrien Schryvers.Bijna twee derde, namelijk 26, van de geselecteerde lokale overheden, haakte dus af. “De voorgestelde werkwijze is voor veel gemeenten te weinig flexibel,” zegt Schryvers, “een gemeente moet een onherroepelijk mandaat geven om een sporthal te bouwen en daarvoor een maximumbedrag tussen 235.000 euro à 335.000 euro per jaar vastleggen in de begroting, en dit gedurende 30 jaar, zonder precies te weten of mee te bepalen hoe de sporthal er zal uitzien. Van enig maatwerk is geen sprake. Bovendien kan de bouw ten vroegste beginnen in 2012.”Daarenboven rees de vraag naar de voorwaarden op grond waarvan die bouwwerken nu nog kunnen doorgaan. De aanbestedingsprocedure én de financiering werden immers opgesteld voor 20 sporthallen. De zogenaamde ‘winst’ van het project, dat destijds voor minister Anciaux werd opgezet, bestond er net in dat door een groter aantal dezelfde sporthallen tegelijk te bouwen, de kost per sporthal lager zou zijn dan de normale prijs.Katrien Schryvers stelde hierover bijkomende vragen aan minister Muyters. Die bevestigde dat de negen projecten waarvoor een mandaatovereenkomst werd overgemaakt, zullen worden uitgevoerd. Desondanks erkent de Minister het risico dat de prijs zal stijgen, aangezien het schaalvoordeel kleiner is. Gemeenten die oordelen dat de kostprijs voor hen te hoog wordt, kunnen alsnog uitstappen. Hierdoor verliezen deze echter nóg meer tijd en moeten lokale sportclubs nóg langer wachten op aangepaste sportinfrastructuur.Dat het sportinfrastructuurfonds geen oplossing biedt voor de lokale nood aan sportinfrastructuur, staat nu wel vast. Daarom riep Katrien Schryvers de minister op om dringend werk te maken van andere initiatieven.

                Katrien Schryvers