Toespraak van premier Yves Leterme Belgapom (3 miljoen ton aardappelen)
November 27 2010, 4:23am
3 miljoen ton aardappelen die werden omgetoverd tot friet, puree, chips enzovoort… hoe moet ik me zo’n hoeveelheid voorstellen? Een zakje van 5 kilo aardappelen, dat ken ik. Om dus 3 miljoen ton visueel te kunnen voorstellen, heb ik die hoeveelheid even omgerekend in het aantal zakjes van 5 kilo. Dat zijn er, als ik goed gerekend heb, 600 miljoen. Helaas, ook dat kan ik me niet meer voorstellen. Alvast weet ik dat deze grote Xpo-hallen te klein zijn om ze hierin op te slaan. Wat ik ook zeer goed weet, is dat de aardappelsector van ons land het goed doet. Met de kaap van 3 miljoen ton komt ons land in de Europese Ton Drie van de aardappelverwerkende landen (naast Nederland en Duitsland). Van deze drie is ons land de sterkste groeier op het vlak van de export van aardappelproducten: we behoren sinds kort tot de Top Drie van de wereld op dat vlak (naast Nederland en Canada). De groei van uw sector is spectaculair. Maar die groei heeft niet vanzelf plaatsgegrepen. Ze is er gekomen door uw inzet, door uw werk, door uw investeringen, door uw innovaties.De aardappelverwerkende industrie is een jonge sector: hij ontstond eigenlijk pas in de jaren tachtig van vorige eeuw en wist in 1990 al een half miljoen ton aardappelen te verwerken. Twintig jaar later zitten we aan 3 miljoen, dat is het zesvoud. Daarmee zitten we nog niet aan het einde. Aangezien uw sector tachtig procent van haar productie exporteert, kan de groei nog een hele tijd doorgaan. Dat ook dit niet vanzelf zal gebeuren, weet u beter dan ik. Immers, ook in uw vakgebied slaapt de concurrentie niet, onder meer onze noorderbuur. En vergeten we ook niet dat vandaag China, India en Rusland de grootste aardappelproducenten ter wereld zijn. Hun aardappelproductie is nog hoofdzakelijk voor de eigen binnenlandse markt bestemd, maar dat kan verkeren.Onze troef is onze kwaliteit. Het is voor de voedingsindustrie, zoals voor alle andere takken en sectoren van de economie, zo dat we met een exportgericht product slechts stand kunnen houden door onderscheiding en kwaliteit. In een geglobaliseerde economie waar ook voor voedingswaren afstanden nauwelijks nog lijken te tellen, moeten wij het hebben van kwaliteit en specialiteit, van klantgerichte dienstverlening en verzekerde veiligheid. Het is duidelijk dat ook de voedingsnijverheid die eisen en voorwaarden maar kan bereiken door onderzoek en innovatie. De aardappelverwerkende sector is een mooi voorbeeld van voortdurende kwaliteitsverbetering en innovatie zowel bij de teelt als bij de productie van het eindproduct. Een permanent proces van verbeteringen en aanpassingen in het productieproces en technologische vernieuwingen zorgen voor een antwoord op de wensen van de consument op het vlak van gezondheidskwaliteit, voedingswaarde, voedselveiligheid, smaak en uitzicht. De nieuwste technieken op het vlak van productie, automatisering en leefmilieu hebben van uw bedrijven de meest moderne en performante ter wereld hebben gemaakt. Uw sector is nog helemaal in handen van familiebedrijven, en ook dat is een pluspunt. Als ‘goede huisvaders’ waken uw ondernemingen over kwaliteit en kostenbeheersing, maar ze zijn tegelijk flexibel want klantgericht. U neemt ook gewetensvol hun verantwoordelijkheid op: ook als de overheid vraagt om het acrylamidegehalte bij het bakken van aardappelproducten te reduceren, zoekt u inventief naar oplossingen. Belgapom heeft, in samenwerking met Flanders’ Food en de universiteit van Gent, op dat gebied ook Europees het voortouw genomen, via de Europese federatie EUPPA. Dat noemen wij: verantwoordelijkheidszin. Ik wijs ook graag op de voortrekkersrol van Belgapom op het vlak van de voedsel- en plantenveiligheid, met name in het kader van de uitbouw van de IKKB-standaard voor de primaire plantaardige sector en Vegaplan. Aan die kwaliteit is ook een “ketenverhaal” verbonden, zoals voorzitter Antoon Wallays daarnet benadrukte: “Het succesverhaal van de Belgische aardappelverwerkende industrie is er een van de ganse aardappelketen.” Daarbij mag ook de rol worden vermeld van de tussenhandel. Deze KMO’s, ook familiale ondernemingen, leggen de brug tussen de teelt en de verwerking. Aandacht voor de hele keten, dat was een van mijn stokpaardjes, toen ik als Vlaams minister-president ook minister was van Landbouw (voor Landbouw, zei ik liever). Ik weet wel dat telers en verwerkers niet altijd dezelfde ‘directe’ belangen hebben, maar ze zijn wezenlijk op elkaar aangewezen. Beide sectoren – de telers en de verwerkers – moeten bijgevolg rendabel en lucratief blijven, want ze hebben elkaar nodig. Ze kunnen niet zonder elkaar. Au travers des siècles, l’agriculture a été l’un des moteurs du développement économique. Elle est aussi la terre nourricière de notre développement industriel. La naissance, l’expansion et la diversification de l’industrie alimentaire démontrent qu’aujourd’hui encore, la production alimentaire demeure un important pilier de notre économie. N’oublions pas que, dans notre pays, l’ensemble de la filière de production alimentaire met au travail 175.000 personnes : 86.000 dans l’agriculture et l’horticulture, 89.000 dans l’industrie alimentaire.Dans cet ensemble composé par l’économie et l’agriculture, la culture de la pomme de terre et l’industrie transformatrice de pommes de terre relèvent en réalité aussi du domaine de la culture. Non seulement la « culture » au sens originel du terme latin « cultura » qui signifie l’action de cultiver, mais aussi au sens d’« héritage », et plus particulièrement d’héritage culturel alimentaire. Vincent van Gogh a mis à l’honneur cette alimentation de base dans l’un de ses premiers tableaux, « Les Mangeurs de pommes de terre » ; aujourd’hui, nos plus grands chefs travaillent cet aliment pour réaliser des prouesses culinaires exclusives. Je le sais, la pomme de terre nous vient d’Amérique. L’exposition « L’Amérique, c’est aussi notre histoire », qui se tient jusque fin mai à Tour & Taxis à Bruxelles, nous apprend qu’il y a longtemps, la pomme de terre, au même titre que le potiron, a traversé l’océan Atlantique, en tant que denrée alimentaire, avant de faire son apparition chez nous. La pomme de terre s’est, depuis lors, imposée comme un produit « de chez nous » : elle a sauvé la vie à de nombreuses personnes et s’est imposée comme un aliment de base. Elle était devenue si incontournable que le « prix des patates » était un thème de discussion majeur au sein de la population. De ce prix dépendait en effet le pouvoir d’achat de nombre de ménages. Dans l’intervalle, la pomme de terre a revêtu un statut international ; ce secteur recèle donc des perspectives de croissance. A l’échelle mondiale, la pomme de terre occupe en effet la troisième place, après le riz et le blé. Dans le cadre de l’approvisionnement mondial en denrées alimentaires, l’on devrait encore promouvoir davantage la pomme de terre. En effet, ce tubercule est capable de générer deux à quatre fois plus de nourriture par surface cultivée que le riz ou le blé. Il présente aussi plus de propriétés nutritionnelles. La production et la consommation de pommes de terre ont considérablement augmenté à l’échelle mondiale, principalement dans les pays en développement.Ook bij ons is de aardappel nog steeds basisvoedsel, al is de consumptie bij ons verminderd in de voorbije halve eeuw. In bepaalde kringen die zweren bij trendy eetcultuur, worden aardappelen gezien als behorend tot de traditionele keuken die hun te min is. Het is dan ook goed dat gesleuteld wordt aan het imago van ons basisvoedsel, de aardappel. Ik denk aan de VLAM-campagne van 2009, “Patatjes, sneller klaar dan je denkt”, en deze van dit jaar, “Patapas”. De aardappel kan weer trendy worden. En daar draagt ook uw sector toe bij door de grote variëteit van nieuwe aardappelproducten. We hebben eigenlijk veel te danken aan de aardappel. Zelfs de “herfstvakantie”. Vroeger was het rooien van aardappelen handwerk, zoals u weet, en daarvoor werd het hele gezin ingeschakeld. Gevolg: in de streken waar aardappelen werden geteeld, bleven de kinderen tijdens die rooitijd thuis. Ze gingen niet naar school. Men heeft toen maar voor het gemak van die spijbeltijd een vakantieweek gemaakt.We hebben veel te danken aan de aardappel, onder meer de friet, die Amerikanen helaas nog altijd verkeerdelijk “French Fries” noemen. Neen, het zijn “Belgian Fries”, want ze werden voor het eerst, dat is in 1680, gefrituurd in de streek van Namen, Andenne en Dinant. Van friet gesproken, ik denk dat ik weet waarom de aardappel tot het plantengeslacht “Nachtschade” behoort. Niets is beter om de schade van een nachtje stappen te herstellen, dan net voor het huiswaarts keren te stoppen bij een frietkraam… Gefeliciteerd met de kaap van 3 miljoen ton… en nu op naar de 4 miljoen!

- Tags:
- Toespraken
- Land- en tuinbouw
Via: http://www.yvesleterme.be/nl/toespraak-van-premier-yves-leterme-belgapom-3-miljoen-ton-aardappelen