Minimuminkomen en armoedebestrijding
December 10 2010, 8:02am
De voorzitters van de commissies Sociale Aangelegenheden en Volksgezondheid van Kamer en Senaat nodigden op 7 november hun collega-voorzitters uit de EU-lidstaten uit voor een conferentie over armoedebestrijding. Dit in het kader van het Belgische EU-voorzitterschap. Senator Dirk Claes verwelkomde de gasten en leidde het debat in over de relatie tussen het minimuminkomen en armoedebestrijding.
De voorzitters van de commissies Sociale Aangelegenheden en Volksgezondheid van Kamer en Senaat nodigden op 7 november hun collega-voorzitters uit de EU-lidstaten uit voor een conferentie over armoedebestrijding. Dit in het kader van het Belgische EU-voorzitterschap. Senator Dirk Claes verwelkomde de gasten en leidde het debat in over de relatie tussen het minimuminkomen en armoedebestrijding.Steeds meer groeit de consensus rond de noodzaak om vooruitgang te boeken op vlak van de garantie van een adequaat minimuminkomen voor iedereen. Een dergelijk minimuminkomen is een noodzaak om een menswaardig leven te kunnen leiden. Het is dan ook een basisrecht, een mensenrecht, dat wordt ondersteund door het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. De Unie heeft zich bovendien uitdrukkelijk verbonden aan de millenniumdoelstellingen van de Verenigde Naties en aan de Resolutie tot uitroeping van het tweede decennium van de Verenigde Naties voor de bestrijding van de armoede (2008-2017). Wanneer de lidstaten en de Europese instellingen willen bouwen aan een rechtvaardige Europese Unie en tot een inclusieve samenleving willen komen, is een adequaat minimuminkomen essentieel. Reeds in juni 1992 bracht de Europese Raad een aanbeveling naar voor over gemeenschappelijke criteria met betrekking tot voldoende middelen en sociale bijstand in de verschillende systemen van sociale bescherming. Deze aanbeveling stimuleerde de herziening en verdere ontwikkeling van de regelgeving rond een minimuminkomen in de lidstaten. In 2008 nam de Commissie een aanbeveling aan met betrekking tot “Actieve inclusie van personen die het verst zijn verwijderd van de arbeidsmarkt”, waarin het individuele basisrecht wordt erkend op middelen en sociale bijstand, die iemand in staat stelt een leven te leiden overeenkomstig de menselijke waardigheid. De Sociale Agenda voor de periode 2005-2010 van de Europese Commissie heeft 2010 uitgeroepen tot het “Europees jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting”, met als doel de politieke verbintenis van de Europese Unie bij de aanvang van de zgn. “Lissabon-strategie” – namelijk om “een beslissende rol te spelen bij de uitbanning van armoede en sociale uitsluiting” – opnieuw te bevestigen en meer gewicht te geven.In 2008 en 2009 zijn er belangrijke stappen gezet voor de implementatie hiervan. Onder meer bracht een onafhankelijke groep van experten een rapport uit rondinclusie in de Europese Unie waarin werd aangetoond dat, naast de afwezigheid van een regelgeving rond minimuminkomen in drie lidstaten, de meeste minimuminkomensregelingen mensen nog steeds onder de armoedegrens houden en nog ver tekort schieten in het afleveren van een adequaat inkomen. Het Europees Parlement nam op 6 mei 2009 ook een resolutie aan over de actieve inclusie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten, waarin wordt gepleit om een EU-doelstelling uit te werken voor minimuminkomensregelingen en ondersteunende uitkeringsregelingen, waarbij inkomenssteun wordt verschaft die minstens 60% van het nationale gemiddelde inkomen bedraagt, en voor de concrete uitwerking van een tijdschema voor de verwezenlijking van deze doelstelling in alle lidstaten. En toen werd het 2010, het “Europees jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting”. Tijdens het Spaanse voorzitterschap van de Europese Unie, in de eerste helft van 2010, bracht de Commissie voor de werkgelegenheid en de sociale zaken van het Europees Parlement op een eigen initiatief een rapport uit, dat handelt over de rol van het minimuminkomen bij de bestrijding van de armoede en de bevordering van een inclusieve samenleving in Europa. Dit rapport vertrekt vanuit de vaststelling dat er jaarlijks ongeveer 85 miljoen mensen, of 17% van de bevolking van de EU, in armoede terecht komen. Het armoederisico is hoger voor kinderen en jongeren tot 17 jaar (20%) dan voor de bevolking in het algemeen. Ook oudere mensen (19%) hebben een hoger armoederisico.In het rapport wordt het scheppen van banen en de strijd tegen de werkloosheid als prioritair naar voor geschoven in de strijd tegen de armoede, maar tegelijk zijn er lagen en groepen in de bevolking die kwetsbaar zullen blijven, zoals personen met een handicap, immigranten, grote en éénoudergezinnen, chronisch zieken, enzovoort. Voor hen is een minimuminkomen een essentiële manier om sociale uitsluiting te bestrijden. Een minimuminkomen wordt in het rapport gedefinieerd als “een gegarandeerd geldbedrag voor diegenen die dat bedrag niet zonder hulp kunnen verkrijgen”. Tijdens het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie werd voort gedebatteerd over deze problematiek. In de resolutie, die op 20 oktober jl. na een geanimeerd debat uiteindelijk werd aangenomen door het Europees Parlement, wordt gesteld dat het invoeren van stelsels voor een minimuminkomen in alle lidstaten – bestaande uit specifieke maatregelen ter ondersteuning van personen die een te laag inkomen hebben, door ze financiële middelen ter beschikking te stellen en de toegang tot diensten te vergemakkelijken – één van de doeltreffendste manieren is om armoede te bestrijden, een passende levensstandaard te garanderen en de sociale integratie te bevorderen. De aangenomen tekst pleit ervoor dat deze stelsels moeten voorzien in een adequaat minimuminkomen, dat ten minste 60% van het gemiddelde inkomen in de betrokken lidstaat bedraagt, en verzoekt de Europese Commissie om op dit gebied een initiatief te presenteren, dat moet uitmonden in de uitwerking van een EU actieplan. Een alternatief voor deze resolutie, dat pleitte voor de opmaak van een Europese kaderwet inzake het minimuminkomen, vond evenwel onvoldoende politieke steun. In de resolutie die werd aangenomen vraagt het Europees Parlement overigens ook aandacht voor het stijgende aantal arme werknemers. De parlementairen zijn de mening toegedaan dat het bestaansminimum altijd hoger moet zijn dan de armoedegrens en dat de werknemers, die om diverse redenen onder de armoededrempel blijven, aanvullende uitkeringen moeten krijgen waaraan geen voorwaarden verbonden zijn. Daarnaast moeten ook inspanningen worden gericht op lonen in het algemeen en minimumlonen in het bijzonder, aangezien de armoede onder de werkenden de weerspiegeling is van onrechtvaardige arbeidsvoorwaarden. Het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie heeft van de rol van het minimuminkomen één van de prioriteiten gemaakt voor een nieuwe, gemeenschappelijke Europese strategie om de armoede aan te pakken. Reeds in april van dit jaar keurde de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers – met eenparigheid van stemmen – een resolutie goed waarbij de regering uitdrukkelijk gevraagd om een minimumloon, vastgesteld boven de armoedegrens in elk Europees land, op de agenda te plaatsen van het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie in 2010. De heer Courard, staatssecretaris voor Maatschappelijke integratie en Armoedebestrijding van de federale regering, genoot dan ook de volledige steun van het Belgisch parlement om hier werk van te maken. Ik stel voor dat ik nu het woord geef aan staatssecretaris Courard om ons meer concreet op de hoogte te brengen van de inspanningen die onder het Belgische voorzitterschap werden geleverd in deze aangelegenheid en over de resultaten die het afgelopen half jaar werden bereikt. De staatssecretaris zal ons ook informeren over de resultaten van de EPSCO-Raad – voluit : “Conseil Emploi, Politique sociale, Santé et Consommateurs” – die gisteren en vandaag heeft plaatsgevonden. Dirk ClaesVoorzitter van de Commissie voor de Sociale Aangelegenheden van de Belgische Senaat7 december 2010
Dirk Claes
Via: http://www.cdenv.be/actua/nieuws/minimuminkomen-en-armoedebestrijding