CD&V

Subscribe by RSS

 

Steven Vanackere over de situatie in Libië

February 25 2011, 6:21am

Gisteren reageerde onze vice-premier & Minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere in de kamer op de huidige situatie in Libië:

Wie op zijn eigen bevolking laat schieten, zegt dat hij zijn land zal “schoonvegen huis na huis” en zijn aanhangers oproept om hun protesterende landgenoten “in hun nesten aan te vallen”, verdient alleen misprijzen en kan niet straffeloos blijven.

De verantwoordelijken zullen rekenschap moeten afleggen voor het gepleegde geweld. De vraag of er sancties zullen komen, beschouw ik als retorisch: natuurlijk zullen er sancties komen vanwege de internationale gemeenschap en van ons land.

Maar terwijl de toestand in Libië razendsnel evolueert, en kolonel Khadafi een groot deel van het land al niet meer onder controle heeft, getuigt het van politieke verantwoordelijkheid om na te denken over wat we écht bereiken met onze maatregelen. Niet zozeer voor ons eigen psychisch comfort, maar wel als bijdrage aan het stoppen van het geweld, en aan de transitie van Libië naar een democratische rechtsstaat.

Gisteren reageerde onze vice-premier & Minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere in de kamer op de huidige situatie in Libië. Hieronder kan je zijn volledig antwoord lezen dat hij gaf op de diverse parlementaire vragen hieromtrentWie op zijn eigen bevolking laat schieten, zegt dat hij zijn land zal “schoonvegen huis na huis” en zijn aanhangers oproept om hun protesterende landgenoten “in hun nesten aan te vallen”, verdient alleen misprijzen en kan niet straffeloos blijven."De verantwoordelijken zullen rekenschap moeten afleggen voor het gepleegde geweld. De vraag of er sancties zullen komen, beschouw ik als retorisch: natuurlijk zullen er sancties komen vanwege de internationale gemeenschap en van ons land.Maar terwijl de toestand in Libië razendsnel evolueert, en kolonel Khadafi een groot deel van het land al niet meer onder controle heeft, getuigt het van politieke verantwoordelijkheid om na te denken over wat we écht bereiken met onze maatregelen. Niet zozeer voor ons eigen psychisch comfort, maar wel als bijdrage aan het stoppen van het geweld, en aan de transitie van Libië naar een democratische rechtsstaat.Een buitenlandminister moet ook de haalbaarheid onderzoeken van bepaalde sancties binnen de E.U., binnen de V.N., binnen de andere internationale organisaties. Tenzij de effectiviteit van wat we afkondigen als minder gewichtig wordt beschouwd dan verklaringen voor de tribune. Ik doe daar niet aan mee, want dan gaat het meer over onszelf dan over de Libische bevolking.Ik verheel tenslotte niet dat het lot van onze landgenoten in Libië op dit eigenste moment voor mij ook een sterke bekommernis is. Geen enkele krantenkop zal me de concrete verantwoordelijkheid doen vergeten om alle landgenoten die wensen te vertrekken, veilig naar België terug te brengen.De situatie van onze landgenoten in Libië wordt dag en nacht opgevolgd door onze Ambassade te Tripoli en door mijn diensten. Alle mogelijkheden om onze landgenoten te evacueren, ook in samenwerking met onze Europese partners, worden onderzocht. Indien nodig kan België zelf een toestel inzetten, maar dat bleek totnogtoe niet noodzakelijk.We registreerden ongeveer 70 Belgen in Libië. Een 30-tal heeft ondertussen het land verlaten. Voor een 10-tal Belgen wordt nog een oplossing gezocht, waaronder 6 personen in Misurata, ten oosten van Tripoli. We blijven in contact met het 30-tal Belgen – vaak personen met de dubbele nationaliteit – die ter plaatse willen blijven.Collega’s,De bezorgdheid om onze landgenoten heeft mij niet verhinderd om meteen andere stappen te zetten.Op vrijdag 18 februari drukte ik mijn bezorgdheid uit over het geweld en de slachtoffers bij protesten diezelfde week in het Midden-Oosten en in Noord-Afrika. Het bevatte een duidelijke oproep op om alle gebruik van geweld te vermijden, om vreedzame protestacties ongehinderd te laten doorgaan en om de persvrijheid te respecteren.Op zondag 20 en maandag 21 februari werkte ik namens België actief mee aan de verklaring van de 27 Ministers van Buitenlandse Zaken van de EU, en verzette ik me bijvoorbeeld tegen het opnemen van overwegingen rond de Libische “territoriale integriteit”, die als een argument door het regime hadden kunnen misbruikt worden. Ik heb daar als enige van de 27 collega’s de situatie ook betrokken op de aanwezigheid van Libië in de Mensenrechtenraad.Diezelfde maandag heb ik een bericht hierover aan alle EU-hoofdsteden gericht. Ik vroeg hierin om in een speciale sessie alle mogelijkheden te onderzoeken waarover de EU beschikt om te ageren t.o.v. de mensenrechtensituatie in Libië, daarbij de mogelijkheid tot schorsing van het lidmaatschap in de Mensenrechtenraad expliciet citerend. Ik heb mijn vertegenwoordigers in Brussel, Genève en New York de opdracht gegeven om de EU collega”s hiervoor te sensibiliseren.Deze instructie heeft effectief geleid tot de speciale sessie van de Mensenrechtenraad over Libië die morgen zal doorgaan in Genève. De EU zal tijdens deze sessie een ontwerpresolutie ter tafel leggen die het geweld sterk veroordeelt, oproept tot een onafhankelijk en internationaal VN-geleid onderzoek en vraagt aan de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten om volgende week een interim rapport in te dienen over Libië. Natuurlijk ondersteunt ons land de inhoud van deze Resolutie ten volle.Ook op maandag 21 februari liet ik de ambassadeur van Libië convoceren om te zeggen dat we ons verraden voelen door het gedrag van de Libische autoriteiten ten aanzien van de protestbeweging. Het gaat immers om een schending van de mensenrechten, strijdig met de engagementen die Libië aanging bij zijn kandidatuur voor de Mensenrechtenraad. Ik heb het gebruik van geweld veroordeeld en de Libische autoriteiten opgeroepen het recht van vrije meningsuiting van de Libische burgers te respecteren.Sommige sprekers verwijzen nog eens naar de steun van België (net zoals van het overgrote deel van de wereld en van de EU) in mei van vorig jaar voor de kandidatuur van Libië in de VN-Mensenrechtenraad. Zouden de VN-leden vandaag een zelfde massale steun uitspreken voor de Libische kandidatuur, zelfs als ze opnieuw met vier kandidaten voor exact vier plaatsen werden geconfronteerd, en rekening houdend met allerlei engagementen en beloften? Uiteraard niet. Zoals minister van Buitenlandse Zaken De Gucht ook in 2008 niet voor Libië zou hebben gestemd als lid van de Veiligheidsraad, indien hij de gebeurtenissen van vandaag had zien aankomen.Ook al blijf ik zeggen dat de Mensenrechtenraad een weerspiegeling is van de wereld zoals ze is, en niet zoals we hem willen, toch is het duidelijk dat de gruwelijke feiten van vandaag het land de toegang tot een zetel in deze Raad zou blokkeren.Wat betreft een schorsing van Libië in de Mensenrechtenraad, herhaal ik dat ik deze mogelijkheid heb doen aankaarten in Brussel, New York en Genève. Indien hiervoor binnen de Algemene Vergadering een 2/3-meerderheid kan gevonden worden, zal ik de eerste zijn om mij hierbij aan te sluiten. Een schorsing zou een goede sanctie zijn. Maar uit de eerste besprekingen in Genève blijkt dat dit uitermate moeilijk ligt. Deze discussie is volop aan de gang op Europees niveau.De verklaring van Hoge Vertegenwoordiger Ashton vermeldt ook de EU-beslissing om de onderhandelingen met Libië over een EU-Libië-kaderakkoord op te schorten en om verdere maatregelen te nemen. Dit laatste vormt het voorwerp van overleg onder de 27. Maatregelen die worden overwogen, zijn een alvast een visaban en de bevriezing van tegoeden. Ook het opleggen van een wapenembargo of een embargo op de levering van elk materiaal dat kan dienen tot repressie, wordt onderzocht. België steunt deze oefening ten volle.Collega’s,De onzekere toestand in Noord-Afrika en vooral het onaanvaardbare gebruik van geweld in Libië kan de migratiedruk naar Europa nog vergroten. De kans dat er een vluchtelingstroom naar Europa op gang komt is dus niet denkbeeldig (2.000.000 inwoners op een totaal van 6.500.000 heeft de niet-Libische nationaliteit). De EU is zich hier ten volle van bewust en de Ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie zullen zich hierover zeer binnenkort buigen. Maar elke vorm van chantage is onaanvaardbaar en Europa kan en mag zijn houding ten aanzien van een regime als dat van Khadafi hier niet van laten afhangen.Wat betreft de wapenlevering van het Belgische FN, weet u allen dat de vergunningen hiervoor gewestelijke bevoegdheid zijn. Vragen hierover moeten dus aan de Waalse regering worden gesteld. Het is juist dat de Gewesten, op basis van het Samenwerkingsakkoord van 17 juli 2007 met de federale overheid, een vraag tot advies kunnen indienen bij het departement van Buitenlandse Zaken. Wat betreft de levering van de betrokken wapens aan Libië werd een dergelijke vraag nooit geformuleerd, wat ook niet wettelijk verplicht is.Een spreker vroeg me welke lessen wij dienen te trekken uit de gebeurtenissen. Die lessen zijn te talrijk om in een vragenuurtje samen te vatten, en hebben niet in het minst te maken met de manier waarop belangen én waarden als grondstof voor ons buitenlands beleid worden gehanteerd. Wie meent dat er in dat verband “gemakkelijke” richtlijnen bestaan, zou nog wel eens zwaar kunnen ontgoocheld worden door de complexiteit van de werkelijkheid. In dit Parlement moeten we dit debat blijven voeren.Ik vat dus niet de lessen samen, maar wil afsluiten met nog drie overwegingen die ik zelf heb geformuleerd als bijdrage aan het debat met de 26 Europese collega’s tijdens onze laatste vergadering.1. Wij moeten nog meer durven contacten onderhouden met de civiele maatschappij, het middenveld en democratische oppositiekrachten in de partnerlanden, en ons niet te exclusief richten tot de autoriteiten.2. Ik ben ervan overtuigd dat een Europese strategie ten aanzien van Noord-Afrika en het Midden-Oosten sterker en geloofwaardiger zal zijn als wij meer “outreach” doen en onze opties bespreken en overleggen met multilaterale partners zoals de Arabische liga en strategische partners zoals Turkije.3. Landen die kiezen voor de weg van de parlementaire democratie, moeten geholpen worden, en ik heb bij mijn collega’s gepleit voor het inschakelen van parlementaire diplomatie als sterke hefboom. Zowel het Europees Parlement als de parlementen van de lidstaten kunnen bijdragen tot de verankering van de democratische praktijk. Ik hoop dat ook dit Belgisch Parlement deze oproep ter harte wil nemen."  Steven VanackereVice-PremierMinister van Buitenlandse Zaken

                Steven Vanackere