Toespraak van Yves Leterme n.a.v. de ingebruikname van de nieuwe ontzwavelingsinstallatie van ExxonMobil in Antwerpen
April 6 2011, 6:24am
Dames en Heren,Wij zijn hier vandaag allen aanwezig om ExxonMobil te feliciteren met de ingeslagen weg van steeds schonere diesel, en met de keuze voor Antwerpen als één van de drie plaatsen wereldwijd voor een ontzwavelingsinstallatie. Ik ben hier echter ook omdat ik het bijzonder apprecieer dat men op een dag als vandaag ervoor gekozen heeft om de moeilijke vragen over de toekomst van onze industrie en onze energievoorziening niet uit de weg te gaan. Neen, integendeel, men koos ervoor om vele verschillende stemmen in debat te laten treden over de duurzame toekomst van onze economie (“Investing in a sustainable future”), en twee cruciale vragen die daarmee verband houden: “hoe belangrijk blijven fossiele brandstoffen voor België?” en “wat is de toekomst van de industrie in België?”. Ik heb vernomen dat het een zeer interessante namiddag was, en ik wil hier dan ook niet herhalen wat u reeds gehoord heeft. Staat u mij echter toe om een aantal meer algemene beschouwingen te maken over het overkoepelende thema: investing in a sustainable future. Dames en Heren,Duurzaamheid (Sustainability) is een begrip dat voor het eerst geïntroduceerd werd door de Brundtlandcommissie van de Verenigde Naties in de jaren 1980. Deze commissie ging voor het eerst uitgebreid in op de problemen die de economische ontwikkeling stelde voor mens en milieu. In hun belangwekkende eindrapport werd duurzame ontwikkeling omschreven als “meeting the needs of the present without compromising the ability of future generations to meet their own needs”. De noden van deze generatie lenigen, zonder het voor de volgende generatie onmogelijk te maken haar eigen noden te lenigen. Dat moet er niet toe leiden om duurzaamheid - en bij uitbreiding maatschappelijk verantwoord ondernemen - enkel te benaderen vanuit een ecologische invalshoek. Ik houd eraan in dit kader steeds te herinneren aan de zogenaamde ‘triple bottom line’: people, profit and planet. Een duurzame toekomst, met duurzame ondernemingspatronen, betekent niet enkel ecologisch verantwoord, maar ook sociaal en economisch verantwoord ondernemen. Ik vind dan ook dat wij moeten streven naar een maatschappij waarin elk ondernemen gelijk staat aan maatschappelijk verantwoord ondernemen, een toestand waarin duurzaamheid een verworvenheid is. Ondernemers scheppen jobs, zorgen voor welvaart en sociale vooruitgang, maar zorgen ook meer en meer voor de innovaties die ons zullen helpen de planeet leefbaar te houden voor de volgende generaties. Dames en Heren, ik ben ervan overtuigd dat het op dit terrein is dat ons land, en West-Europa in het algemeen, haar economische concurrentiekracht en haar aantrekkelijkheid voor investeringen kan vrijwaren en versterken. Duurzaam ondernemen is geen bijkomende last, integendeel. Het is een economische opportuniteit – en dat wordt hier vandaag ten overvloede duidelijk gemaakt.Ik wil benadrukken dat dit geen loze woorden zijn, zeker gegeven de hoge energieprijzen waarmee België geconfronteerd wordt. Uit een studie van McKinsey uit 2009 blijkt bijvoorbeeld dat de Belgische industrie tegen 2030 een vermindering van 20% in energieconsumptie kan realiseren. De helft van deze reductie zou voortvloeien uit investeringen in energiebesparende technieken ter waarde van 5 miljard EUR – met een gemiddelde terugverdientijd van slechts vier jaar. De andere helft van deze reductie zou voortvloeien uit gedrags- en productieproceswijzigingen die geen investeringen vereisen. Dit duidt er nog maar eens op hoe groot het potentieel is, en welke concurrentiële voordelen onze ondernemers kunnen realiseren als zij hierin een voortrekkersrol willen spelen. Dat net een sector als de petrochemische sector volop voor die weg kiest, voor de weg van investeringen die ons land en onze economie duurzamer en innovatiever kunnen maken, verheugt mij ten zeerste. De petrochemische, en bij uitbreiding de gehele chemische sector, zijn namelijk van een uitzonderlijk belang in ons land, en ik houd er bij zo’n gelegenheid altijd aan om even een aantal cijfers in herinnering te brengen: Antwerpen is een petrochemisch centrum van wereldniveau, en u weet dat het een permanente bekommernis van de overheid is om de bereikbaarheid en ontsluiting van de haven te vrijwaren, en dus ook de aanwezige industrie. Qua werkgelegenheid geven chemie en life sciences rechtstreeks werk aan zo’n 92.000 Belgen, wat staat voor 17,4 procent van de tewerkstelling in de totale industrie. Naast deze directe tewerkstelling zorgt de chemische sector nog eens onrechtstreeks voor zo’n 158.000 jobs in andere bedrijfstakken, zoals de transportsector en de havens, toeleveranciers en onderhoudfirma’s. Nog belangrijker zijn de investeringen in onderzoek & ontwikkeling: Met een investering ten belope van 2,29 miljard euro in 2009 gaf de gezamenlijke sector in België de helft uit van alle privé-investeringen in Onderzoek en Ontwikkeling in België. De chemische nijverheid moet een groeipool blijven voor ons land, en investeringen als deze nieuwe ontzwavelingsinstallatie dragen daar toe bij. Dames en Heren, dit enthousiasme mag ons niet op onze lauweren doen rusten; we mogen niet geloven dat we geen nieuwe stappen vooruit moeten zetten, dat we niet blijvend moeten innoveren. Projecties van het Internationaal Energieagentschap geven aan dat oliederivaten tegen 2030 nog steeds 80-90% van de energie zullen leveren in de transportsector. Zoals Dhr. Delbeke deze namiddag aangaf zullen wij nog een hele tijd afhankelijk blijven van fossiele brandstoffen voor onze energievoorziening. In dat kader is schonere diesel dus een stap voorwaarts – zeker voor de levenskwaliteit in een dichtbevolkt en drukbereden land als België, dat om historische redenen een hoge concentratie aan dieselvoertuigen kent. Maar schonere diesel kan en mag niet de laatste stap zijn. De overheid heeft in dit domein twee zeer belangrijke taken: Ten eerste is het aan overheid om de bakens uit te zetten, en doelstellingen naar voren te schuiven. De klimaatproblematiek zowel als de problemen met de luchtkwaliteit nopen ons ertoe om zeer ambitieuze doelstellingen voorop te stellen voor het luik Energie in het kader van het Nationaal Hervormingsprogramma en EU2020. Europa moet tegen 2020 minstens 20% CO²-emissiereductie realiseren, 20% energie-efficiëntieverbetering realiseren en een aandeel van 20% hernieuwbare energie hebben in de energiemix. Intra-Belgisch is de omzetting en lastenverdeling van deze doelstelling geen eenvoudige oefening: onze staatsstructuur en de verschillende economische en geografische kenmerken van onze gewesten vereisen van de federale regering een belangrijke coördinatie-inspanning. Het is echter mijn vaste overtuiging dat we met realistische, maar niettemin ambitieuze doelstellingen vanwege de overheid, de economie een belangrijke duw in de juiste richting kunnen geven. De tweede taak van overheid in deze is minstens even belangrijk: het creëren van een level playing field, een gunstig en stabiel regelgevend kader waar de bedrijfswereld de kans krijgt om de oplossingen van de toekomst aan te reiken. Ik hoop van harte dat deze investering een kleine aanwijzing mag zijn dat we daar als overheid, ondanks de institutionele problemen in dit land, in slagen. Ik dank u.
- Tags:
- Toespraken
- Economie