CD&V

Subscribe by RSS

 

Toespraak van premier Yves Leterme 10 jaar Fonds Van Waeyenberge

April 7 2011, 12:01pm

Vijf en een half jaar geleden, meer bepaald op 27 oktober 2005, mocht ik het woord nemen op de inhuldiging van het Stamcelinstituut van Leuven. Ik heb toen in mijn toespraak mijn respect en waardering uitgedrukt voor het werk van onze universiteiten, onderzoekscentra en onderzoekers, in het bijzonder van prof. Marc Boogaerts en prof. Catherine Verfaillie. Ik heb er toen niet alleen op gewezen dat wetenschappers zoals Boogaerts en Verfaillie  hard werken aan de uitdaging die de hunne is, de wetenschappelijker vooruitgang, maar ook dat ze hun onvervangbare bijdrage leveren aan de uitdaging die de onze is, de vooruitgang van onze welvaart en ons welzijn. Groei van onze economische en sociale welvaart én toename van ons lichamelijk en geestelijk welzijn zijn niet los te zien van de bijdrage van onderzoek en ontwikkeling in het algemeen, en van het wetenschappelijk onderzoek in het bijzonder. De federale regering nam, in het kader van de aanpak van de economische crisis, dan ook verschillende maatregelen voor een beter fiscaal klimaat voor onderzoek en ontwikkeling: vrijstelling van belastingen op een groter deel van de lonen van onderzoekers; vrijstelling van vennootschapsbelastingen en sociale bijdragen voor innovatiepremies waarmee werkgevers de creativiteit van hun werknemers kunnen belonen; belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling dat bedrijven toelaat om de voordelen van lokalisatie van onderzoek en ontwikkeling  in België beter tot uiting te laten komen in hun boekhouding; verlaging van het belastingstarief voor inkomsten uit Belgische octrooien.De mate waarin we in staat zijn om mee te zijn met de technologische ontwikkeling en om onze plaats in te nemen in de wetenschappelijke competitie, beslist mee over de toekomstige welvaart van ons land. Immers, de globalisering en de internationale concurrentie dagen ons uit om de competitiviteit van ons land te versterken. Die competitiviteit hangt in grote mate af van onderzoek en ontwikkeling, en dus onder meer ook van onze capaciteit om het onderzoek én onze onderzoekers in eigen land te houden of naar eigen land terug te halen. In dat verband is het verhaal van prof. Catherine Verfaillie een schitterend voorbeeld.Onderzoek en Ontwikkeling zijn de sleutel op de deur die leidt naar de toekomst. Niet alleen een toekomst van de economische groei, maar ook een toekomst van meer lichamelijk en geestelijk welzijn. Op dat laatste gebied (de aandacht en de initiatieven voor lichamelijk en geestelijk welzijn) staat ons land aan de top van de wereld. Daar zijn drie redenen voor: ten eerste het wetenschappelijke niveau van onze academische onderzoekscentra; ten tweede de wereldfaam van onze farmaceutische sector met 33 research- en productiesites, 200 lifescience-bedrijven en enkele farmaceutische wereldspelers; ten derde de toegankelijkheid van onze gezondheidszorg. Medische ontwikkelingen op zich zijn dus niet voldoende om een verbetering van het welzijn te realiseren. Wetenschappelijke innovatie op het terrein van de gezondheidszorg draagt ontegensprekelijk bij aan het welzijn van de mensen, maar de bevolking moet ook toegang hebben tot de nieuwste ontwikkelingen, opdat medische vooruitgang de hele bevolking ten goede zou komen. Ook daarvoor waardeer ik zeer het werk het Stamcelinstituut van Leuven. Hier gaat wetenschappelijke uitmuntendheid samen met ethische uitmuntendheid. In mijn toespraak van vijf en een half jaar geleden, bij de inhuldiging van het Stamcelinstituut, prees ik coördinator prof. Marc Boogaerts voor zijn standpunt in de discussie over de opslag van navelstrengbloed. Publieke allogene navelstrengbloedbanken, gebaseerd op solidariteit, moeten voorrang krijgen. De allogene stamcelbanken staan open voor iedereen, zowel uit eigen land als van elders. Hier geldt het universele solidariteitsprincipe:  gezondheid is ons aller goed, therapeutische vooruitgang moet dan ook voor allen bereikbaar zijn. Samen met prof. Boogaerats verzet ik mij immers tegen een geneeskunde met twee snelheden.De allogene navelstrengbloedtransplantatie is ondertussen de standaardtherapie voor een groot aantal kwaadaardige aandoeningen en is een levensreddende therapie gebleken voor steeds meer mensen: duizenden kinderlevens en een groeiend aantal volwassenenleven zijn ermee gered. Die weg moeten we verder bewandelen: de weg van de strengste controle die ook de weg is van de grootste toegankelijkheid. Dit is Evidence Based Medicine gecombineerd met Gelijkwaardigheid. Stamcelonderzoek is meer dan een uitdaging op het gebied van economische concurrentie en zelfs meer dan een wetenschappelijke uitdaging. Het is ook een ethische uitdaging van de hoogste orde. Life science heeft immers als voorwerp het leven zelf. Wij hebben geleerd het leven met zorg te omringen. Een gelijke zorg voor ieders leven is daarbij de hoogste ethische norm. Daarom mag economie niet de determinerende factor zijn van alle onderzoek. Precies daarom zijn we vandaag weer samen rond het Stamcelinstituut van Leuven. Niet omdat het instituut vijf jaar bestaat, maar omdat het mecenaat dat dit instituut mede mogelijk heeft gemaakt, tien jaar bestaat. Het Fonds Michaël Van Waeyenberge heeft mede mogelijk gemaakt dat dit onderzoekscentrum fundamenteel onderzoek kan verrichten en dat deze navelstrengbloedbank zijn publieke dienstverlening kan vervullen zonder winstoogmerk. Het Fonds dat vandaag tien jaar bestaat, draagt de naam van een retoricastudent die in 2001, na twee jaar, de strijd tegen leukemie verloor. Familie en vrienden realiseerden de laatste droom van Michaël Van Waeyenberge: de oprichting van een fonds dat het welzijn van patiënten met een kwaadaardige bloedziekte wil verbeteren en dat het wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe en verbeterde therapieën financieel mogelijk wil maken. Dit fonds is een toonbeeld van hoe mensen hun verdriet kunnen omzetten in hoop, hun verlies in toekomst.Het Michaël Van Wayenberge hanteert daarenboven dezelfde ethische code als het Stamcelinstituut: namelijk mogelijk maken dat iedereen, zonder onderscheid, toegang krijgt tot stamcellen en dat iedereen een grotere kans kan krijgen op genezing.De mens staat hier centraal. Elke mens. En ook de totale mens. Want het mooie van dit fonds is dat het niet alleen wetenschappelijk onderzoek en de opbouw van een navelstrengbloedbank financieel steunt, maar ook wil bijdragen aan de leniging van psychische en sociale noden van jonge patiënten.Dat is wat aandacht voor lichamelijk en geestelijk welzijn hoort te zijn: toegankelijk voor elke mens en gericht op de hele mens. Ik dank u daarvoor.