CD&V

Subscribe by RSS

 

Toespraak van premier Yves Leterme ter gelegenheid van 100 jaar 'Brugge Tuinders'

April 8 2011, 10:48am

Honderd jaar 'Brugge Tuinders' is een moment om stil te staan bij een lange geschiedenis van tuinbouw in deze Brugse regio. En velen willen blijkbaar hierbij stilstaan, want ik vernam dat er meer volk is ingeschreven dan het bestuur had kunnen verhopen. Ik wil dan ook voorzitter en bestuur van harte feliciteren met het succes van deze viering.Honderd jaar geleden werd niet alleen aan tuinbouw gedaan in de omgeving van Brugge - nogal wat straatnamen in de deelgemeenten verwijzen naar vroegere kwekerijen en specialiteiten - maar ook in het hart zelf van de West-Vlaamse hoofdplaats werd aan tuinbouw gedaan. Honderd jaar geleden waren verschillende tuinbouwbedrijven actief binnen de muren van Brugge. In fotoboeken die de jongste jaren verschenen over deze stad, onder andere in deze van radiojournalist Nico Blontrock, zijn verschillende prenten daarover terug te vinden. Zoals ook over de grote tuinbouwtentoonstellingen die rond 1900 werden gehouden op de Grote Markt (en in de stadshallen). Want de geschiedenis van de tuinbouw in Brugge is veel ouder dan honderd jaar. In de negentiende eeuw vinden we bekende Brugse familienamen terug waarvan de afstammelingen vandaag nog in de tuinbouw werken. En ook specialisaties die al meer dan honderd jaar oud zijn. Om er een te noemen, de laurierkweek. De "laurus nobilis" uit Brugge was al in de zeventiende eeuw een begrip, niet alleen in de dichte omgeving maar over de hele wereld. Van hier kwam de beste kwaliteit en menig Brugse laurier sierde de adellijke tuinen van Europa. Niet alleen het Brugse microklimaat was er het best voor geschikt, ook de vakkennis van de Brugse tuinder was er het best voor geschikt. Hier zat - en zit - uitzonderlijk talent. De streek van Brugge bracht eeuwen geleden al botanici voort die vandaag bij het grote publiek weliswaar niet zijn bekend, maar in hun tijd konden wedijveren met de nog altijd bekende Dodoens. Ik vernoem de Bruggeling Anselmus de Boodt en de Moerkerkenaar Karel van Sint-Omers. Geschikt klimaat en vakkennis, dat is nog steeds de basis van de tuinbouw in deze streek. De echte rode draad van het verhaal tot vandaag is de deskundigheid van de hovenier, de bloemist, de boomkweker, de tuinder, de groentekweker. Het is dan ook een eer om het woord te mogen voeren voor mensen met zoveel deskundigheid en zoveel liefde voor hun vak. Deskundigheid en liefde voor het vak zijn evenwel niet genoeg, er is ook moed nodig en durf om risico te nemen. Kortom, ondernemingszin. "Laat ons ondernemen", is dan ook niet voor niets het thema van deze viering. De tuinbouw in het Brugse heeft zijn ups en downs gekend. Maar na elke crisis besloot men andere wegen op te gaan: "Laat ons ondernemen", besloot men met West-Vlaamse nuchterheid en wil om te slagen. De ontwikkeling van de tuinbouw in Vlaanderen, maar vnl West-Vlaanderen is een echt succes verhaal geworden. Op Nederland na, realiseert de Vlaamse land-en tuinbouw de hoogste netto toegevoegde waarde per hectare. Als we de FAO-statestieken bekijken, dan stellen we vast dat België de nummer één is m.b.t. de export van prei, de nummer 3 voor aardbeien en de nummer 6 voor tomaten. Ook voor diepvriesgroenten bekleden we de eerste plaats. Dit is uiteraard mogelijk geweest dankzij het ondernemerschap van onze Vlaamse, West-Vlaamse tuinders, ondersteund met voorlichting en belangenverdediging vanuit de beroepsorganisatie.Maar zij hebben het niet alleen gedaan, en ik houd er aan om uitdrukkelijk de rol van onder meer het Provinciaal Onderzoekscentrum van Beitem en de Reo-Veiling in Roeselare te vermelden. Maar ook onze diepvriesbedrijven die voortdurend gezocht hebben naar innovatie om nieuwe markten te kunnen bespelen wil ik zeker niet vergeten. Het is dus de West-Vlaamse tuinbouwcluster in haar totaliteit die het gerealiseerd heeft, en we mogen daar terecht fier op zijn!Ook in het Brugse heeft die ontwikkeling zich voorgedaan, met een grote diversiteit aan de tuinbouwbedrijven. Elk zocht zijn weg. Geen twee bedrijven zijn aan elkaar gelijk. Elk heeft zijn specialiteit gevonden en zijn plaats op de markt. In de glas- en groenteteelt maar vooral in de sierteelt, waarvan één specialiteit eruit springt: de potchrysant. 50 procent van het areaal dat in ons land voor deze teelt wordt gebruikt, ligt in het Brugse. 30 procent van wat hier gekweekt wordt, is bestemd voor de export. Ook vandaag staat de tuinbouw voor grote uitdagingen, onder meer door de stijgende energieprijzen, de druk op de prijsvorming en het nieuwe MAP met de bijzonder strenge eisen van Europa die geleid hebben tot specifiek voor de tuinbouw scherpe bemestingsnormen. Ik weet dat mijn Vlaamse collega’s doen wat in hun mogelijkheden ligt om bij te sturen waar mogelijk.Dames en heren, Uw zorgen zijn ook mijn zorgen! Ten eerste omdat het gaat over het werk van generaties die een kennis hebben opgebouwd die niet verloren mag gaan. Ten tweede omdat de toekomst van onze bedrijven afhangt van het antwoord dat kan worden gegeven op die uitdagingen. Tuinbouw is van grote betekenis binnen het geheel van de Belgische landbouw. Na de veeteelt is de tuinbouw de belangrijkste sector, goed voor 32 procent van de eindproductiewaarde van de hele landbouw. Ten derde omdat de hele sector van land- en tuinbouw belangrijk blijft voor onze economie en in het kader van de export. Landbouw is, door de eeuwen heen, een van de motoren geweest van de economische ontwikkeling. Op het fundament van de landbouw is de vloer gelegd van onze industriële ontwikkeling. Vergeten we niet dat ook vandaag land- en tuinbouw de basis is van een heel belangrijke industrieketen in ons land, de voedingindustrie. Vergeten we niet dat de hele voedselproductiekolom in ons land 175.000 mensen tewerkstelt: 86.000 in de land- en tuinbouw, 89.000 in de voedingsnijverheid.Maar het is voor deze sector, zoals voor alle andere sectoren van de economie, zo dat deze pijler maar recht kan blijven door onderscheiding en kwaliteit. In een geglobaliseerde economie waar afstanden nauwelijks nog lijken te tellen - ook niet voor voedsel, bloemen en planten - moeten wij het hebben van kwaliteit en specialiteit, van klantgerichte dienstverlening en verzekerde veiligheid. Het is duidelijk dat we die eisen en voorwaarden maar kunnen bereiken door onderzoek en innovatie. Een permanent proces van verbeteringen en aanpassingen in het productieproces en technologische vernieuwingen zorgen voor een antwoord op de veranderende wensen van de verwende consument. Ja, u bent op dat vlak zijn dynamisch en innovatief bezig. Onze proeftuinen staan aan de top van Europa. Wij hebben de best georganiseerd afzetstructuur van Europa. We werken aan duurzaamheid in de ganse agro-voedingsketen.De Belgische en Brugse tuinbouw heeft toekomst als onze bedrijven verder innoveren en zich op de internationale markt onderscheiden door producten met een meerwaarde (en dus een meerprijs). De inkomsten kunnen ook toenemen door de krachten te bundelen in coöperatie en ketenwerking, en ik ben blij te vernemen dat dit ook hier gebeurt. De telers en de verwerkers hebben niet altijd dezelfde ‘directe’ belangen - wat tot spanningen leidt, onder andere rond de prijszetting - maar telers en verwerkers zijn wezenlijk op elkaar aangewezen. Ze kunnen niet zonder elkaar. Precies daarom heb ik als minister van Landbouw, toen ik Vlaams minister-president was, geijverd voor telersverenigingen, opdat de telers sterker zouden staan bij prijsvorming. Bovendien, om onze Belgische positie in Europa te behouden en te versterken moeten telers en verwerkers elkaar vinden voor aanbods- en kwaliteitsafspraken. Laat me kort ingaan op een aantal van uw problemen waarbij wij als federale overheid ook betrokken zijn.De energieprijs is een van uw grote zorgen. Ik weet dat u daarover vragen hebt aan het adres van de overheid. Het is helaas moeilijk om de energieprijzen onder controle te houden, want deze zijn bovenal afhankelijk van schommelingen op de wereldmarkt (en gebeurtenissen zoals deze in de Arabische wereld hebben daar invloed op). België heeft als klein land daar geen impact op. Wel hebben we ten voordele van uw en andere sectoren in het verleden belangrijke inspanningen gedaan, onder meer door lage accijnzen op brandstoffen. Ook nu gaan we een negatieve cliquet instellen. En België is, naast Luxemburg, het enige land in Europa dat geen accijnzen heft op stookolie voor verwarming (enkel een veel kleinere controleretributie). De beste maatregelen die de sector zelf kan nemen, is investeren in milieuvriendelijke technologie en in energiebesparende maatregelen. Daarvoor gelden zeer hoge fiscale tussenkomsten via investeringsaftrek of investeringsreserves. Een andere vraag van uw sector betreft het carry back systeem om fiscale verliezen te recupereren. We hebben dit bestudeerd. Het is vooral een budgettair probleem. We kunnen dit vanwege Europese regels niet invoeren voor de tuinbouwsector alleen. Dit zou immers gecatalogeerd worden als verboden staatssteun. Een algemene invoering voor alle vennootschappen zou het probleem scheppen dat de kleintjes die niet onder vennootschapsstructuur zitten, worden uitgesloten. De maatregel zou waarschijnlijk voor 99 procent ten goede komen aan bedrijven die niets met tuinbouw te maken hebben. In de huidige budgettaire context lijkt het bijzonder moeilijk om een maatregel te nemen met zo een lage effectiviteit. Een andere vraag uwentwege is deze over de btw op huisvesting van personeel uit het buitenland. Dit probleem hebben mijn adviseurs aangekaart bij de administratie. We zijn een werkbare oplossing aan het zoeken. Maar btw is een belasting die aan Europese regels in onderworpen. Een oplossing zal enkel mogelijk zijn, als we de Europese toetsing kunnen doorstaan. Ik wil tot slot verwijzen naar de enkele maatregelen die we hebben genomen in kader van het IPA, in het bijzonder voor de lage lonen:  ten eerste het optrekken van de algemene lastenverlaging van 0,25 procent  naar 1 procent; ten tweede het optrekken van de werkbonus met 120 euro per jaar vanaf 2011. Deze maatregelen maken ook voor de tuinbouwbedrijven een lagere loonkost mogelijk."Laat ons ondernemen", zo luidt het thema van deze viering van 100 jaar 'Brugge Tuinders'. Ondernemen op de grond die u dierbaar is, dat wens ik u allen toe de komende honderd jaar.