Toespraak Yves Leterme op 4de Conferentie over de minst ontwikkelde landen
May 9 2011, 5:07am
Het gesproken woord geldtMijnheer de Voorzitter,België sluit zich volledig aan bij de verklaring van deze morgen door de Voorzitter van de Commissie, José Manuel Barroso, in naam van de Europese Unie.Sta mij toe om eerst en vooral de Turkse regering te bedanken voor het organiseren van deze belangrijke conferentie. Het getuigt niet alleen van haar interesse in een betere toekomst voor de minst ontwikkelde landen, maar ook van haar wens om zich aan te sluiten bij de inspanningen van de internationale gemeenschap om deze belangrijke uitdaging aan te pakken.Ik wil ook de Hoge Vertegenwoordiger van de Verenigde Naties voor de minst ontwikkelde landen, de ontwikkelingslanden zonder kustgebied en de kleine eilandstaten in ontwikkeling en de Voorzitter van het voorbereidend comité en hun medewerkers feliciteren voor hun doorgedreven werk gedurende de laatste maanden, dat ongetwijfeld essentieel is voor het welslagen van deze conferentie.De minst ontwikkelde landen een spelen essentiële rol bij de ontwikkeling en de armoedebestrijding. De millenniumdoelstellingen inzake ontwikkeling kunnen slechts worden verwezenlijkt door die landen er actief bij te betrekken. Daarom beschouwt België zichzelf als een van hun oprechtste en actiefste bondgenoten. Uitgedrukt in percentages is België een van de belangrijkste donoren aan de 48 armste landen van de planeet en van hun 830 miljoen inwoners. 10 van de 18 partnerlanden van België voor bilaterale samenwerking behoren tot de minst ontwikkelde landen.Het zeer positieve rapport van de Secretaris-generaal maakt de balans op van het Actieprogramma van Brussel sinds 2001. Hoewel substantiële resultaten werden geboekt, bleven deze niettemin onder de verwachtingen, zelfs indien men rekening houdt met de moeilijkheden waarmee de internationale gemeenschap te kampen had en waarvan de minst ontwikkelde landen zeker niet gespaard zijn gebleven. De grote uitdaging van het nieuwe Programma van Istanboel is aan te tonen hoe we beter kunnen doen, wat we anders moeten doen en hoe we sneller kunnen handelen.In dat opzicht, mijnheer de Voorzitter, wil ik 3 punten onderstrepen die mij essentieel lijken.Ten eerste vertegenwoordigt het actieprogramma een stevig politiek engagement. De structurele kwetsbaarheid is het voornaamste obstakel voor de ontwikkeling van de minst ontwikkelde landen. Deze structurele kwetsbaarheid kan van economische aard zijn, bijvoorbeeld omwille van een te grote afhankelijkheid van één bepaalde productiesector of zelfs van één bepaald product. Ze kan ook geografisch zijn, zoals bij landen zonder kust of bij eilanden. En ze kan politiek zijn, bijvoorbeeld in landen waar conflicten heersen of net achter de rug zijn. Ook het gebrek aan infrastructuur, de schaarste aan menselijke middelen, het wispelturige klimaat of natuurrampen kunnen een invloed hebben. Er is een gedifferentieerde aanpak nodig, in functie van de specifieke kenmerken van elk land, ook voor wat de steunverlening betreft.Ten tweede moeten de minst ontwikkelde landen, zoals de Secretaris-generaal en de groep vooraanstaande personen stellen, hun economisch beleid grondig hervormen en hun eigen ontwikkeling in handen nemen. De Secretaris-generaal spreekt in zijn rapport van een developmental state. Deze moeilijk te vertalen Engelse term verwijst naar governance op basis van strategische en participatieve samenwerking tussen de staat, het maatschappelijk middenveld en de privésector. Dit betekent dat de regeringen de vaste wil moeten hebben om institutionele hervormingen door te voeren en verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid en de bereikte resultaten.In dit opzicht moeten de parlementen een essentiële rol spelen. Goede governance, ook op economisch en lokaal vlak, is een absolute noodzaak. Meer inspraak voor de burgers, de rechtstaat, het respecteren van de mensenrechten, de strijd tegen corruptie, meer inspraak voor vrouwen en de gelijkheid tussen vrouwen en mannen in het algemeen, moeten de kern vormen van deze hervormingen. De deelname van alle burgers aan de welvaartscreatie en de eerlijke verdeling ervan en de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen met respect voor duurzame ontwikkeling, moeten de kerndoelstellingen zijn.De laatste twee decennia heeft de ontwikkelingssteun de sociale sectoren bevoordeeld. De hernieuwde interesse voor de productiesectoren, daarin begrepen de sector fysieke infrastructuur, mag niet leiden tot verminderde aandacht voor het belang van onderwijs en gezondheid en met name de reproductieve gezondheid; dit is noodzakelijk voor het welslagen van een structurele hervorming. Ten derde is het inderdaad zo dat de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelingsbeleid in de eerste plaats bij die landen zelf moet liggen, maar dat dat beleid weinig kans op slagen heeft als het niet wordt gesteund door de internationale gemeenschap in haar geheel. België is overtuigd dat die steun de fase van loutere bijstand en solidariteit moet overschrijden en moet uitgroeien tot een echt economisch partnerschap met wederzijds belang. De groep van de minst ontwikkelde landen moet dus niet alleen haar plaats krijgen in de internationale economische context, zij biedt ook een uniek groei- en uitwisselingspotentieel op commercieel, economisch en menselijk vlak. Iedereen heeft dus belang bij ontwikkelingssteun. België blijft overtuigd van de meerwaarde van instrumenten en bronnen van innovatieve financiering en verdedigt in dit kader de invoering van een belasting op wisselkoersen op het globale of Europese niveau, bestemd voor de financiering van ontwikkelingsdoelstellingen en globale publieke goederen.Ten slotte steunt België de uiteindelijke doelstelling om zo veel mogelijk landen uit de categorie “minst ontwikkelde landen” te halen, voor zover mogelijk tijdens het komende decennium. Sedert onze eerste bijeenkomst in 1981 zijn de resultaten wat dat betreft zeer teleurstellend. Het is dus van belang om bijzondere aandacht te besteden aan het gradueringsproces dat, volgens België, verder onderworpen zal moeten blijven aan transparante en realistische criteria. Daartoe moet een duidelijk referentiekader worden gecreëerd, alsook aangepaste opvolgings- en evaluatiemechanismen. Ik verzoek het Bureau van de Hoge Vertegenwoordiger die mechanismen te ontwikkelen. België beschouwt dit als een essentiële coördinatieopdracht voor het Bureau. Politiek engagement op alle niveaus, focus op de structurele kwetsbaarheden, een gedifferentieerde aanpak en nationale en internationale partnerschappen, dat zijn de kernwoorden die ons deze week moeten leiden bij onze werkzaamheden en, nog belangrijker, die aan de basis moeten liggen van de tenuitvoerlegging van het Actieprogramma van Istanboel.Ik dank u voor uw aandacht.