CD&V

Subscribe by RSS

 

Toespraak van premier Yves Leterme feestzitting Vlaams Welzijnsverbond "Ondernemen in de zorg"

May 17 2011, 8:32am

Het gesproken woord telt    "Ondernemen in de zorg". In de titel van het onderwerp van vandaag zitten de twee sleutelwoorden van ons sociaaleconomisch model, de twee grondbegrippen van ons Rijnlandmodel, de twee pijlers van onze samenleving: ondernemen en zorgen. Dat is het waar het de sociale markteconomie om te doen is, dat is het waar de sociale markteconomie op gebaseerd is: enerzijds de ruimte scheppen om te ondernemen en initiatief te nemen waardoor welvaart ontstaat, anderzijds de zekerheid bieden dat niemand hoeft te verdrinken als hij overboord valt waardoor welzijn verzekerd is. Het is die combinatie van vrijheid en solidariteit die Europa zo succesvol heeft gemaakt, niet alleen op het vlak van de economische ondernemingen maar ook op het vlak van de sociale voorzieningen. Vrijheid in solidariteit, solidariteit met vrijheid. Of zoals Ludwig Erhard, de vader van het Europese economische succesverhaal, het zei: "Ik wil het risico van het leven zelf dragen, ik wil voor mijn lot zelf verantwoordelijk zijn. Zorgt u ervoor, Staat, dat ik daartoe in staat ben." Wij gaan ervan uit dat de markt het beste mechanisme is om welvaart te genereren. Maar ook dat er voorwaarden moeten worden geschapen om iedereen gelijke kansen te geven. En wie geen gelijke kansen kan hebben, heeft recht op zorg, op hulp om zijn kansen alsnog te verhogen en op bijstand wanneer hij toch niet op de arbeidsmarkt geraakt en voor zijn eigen levensonderhoud kan instaan. Ook voor de zorg gaan we ervan uit dat het niet aan de staat is om het hele aanbod te realiseren. Ook op dat vlak mogen de burgers niet verwachten dat de staat voor alles zorgt. Het aspect van de onderlinge solidariteit is te belangrijk om van een samenleving een zorgzame samenleving te maken. Een staat die de individuele solidariteit overbodig maakt, maakt van haar burgers individualisten zonder verantwoordelijkheid voor hun medemensen ("want de staat zorgt toch voor hen"). Precies daarom krijgt in onze visie het privé-initiatief een belangrijke rol in het zorgaanbod, met dien verstande dat de staat de voorwaarden schept zodat dat vrije initiatief toegankelijk blijft voor iedereen. Voor ons hoort daarom de overheid de eindverantwoordelijkheid te hebben om dit publieke belang te organiseren, te financieren, te controleren en te sanctioneren. De overheid moet voorwaardenscheppend kunnen blijven optreden om een kwaliteitsvolle, toegankelijke en betaalbare zorg te verzekeren voor iedereen. Dat publieke belang moet voorop blijven staan, ook in het antwoord op de uitdagingen die zich aandienen vandaag en morgen. Wij moeten er dus in slagen om de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van ons zorgaanbod te blijven verzoenen met de demografische evoluties en de technische innovaties. Het is hier dat het concept "ondernemen in de zorg" zijn plaats heeft."Ondernemen in de zorg" gaat dus niet over het overlaten van de zorg aan "ondernemers", aan bedrijven met winstoogmerk. Winstmaximalisatie als leidend motief bij de organisatie van de gezondheids- en de welzijnszorg is niet verenigbaar met onze visie op wat een efficiënt aanbod van zorgverstrekking moet zijn. Het publieke belang moet voorop blijven staan.  De zorg is geen product als een ander. Het heeft te maken met welzijn en levenskwaliteit, en dus met geluk en de zelfwaarde van de mens. En daarom kan het niet worden "verhandeld", het moet worden "verstrekt".  Als wij het hebben over het vrij initiatief in deze, dan hebben wij het allereerst over de initiatieven van de social-profit. Als middenveldorganisaties hebben zij de solidariteit op het oog en hebben zij ook oog voor de zwakkeren.Misschien wel daardoor is het vrije initiatief vaak een pionier geweest in de zorg. Vanuit concrete nabijheid en gedrevenheid ontdekte het nieuwe noden. Dat moet blijven. Dat vrije initiatief dat ontstaan is uit een visie op mens en samenleving, legt de zorg aan het infuus van de menselijke bewogenheid en houdt de vinger aan de pols van de maatschappelijke noden. Zo blijven wij denken vanuit de vraag van de mensen en niet alleen vanuit het aanbod van de overheid of de markt. Buitenlandse voorbeelden leren dat puur gecommercialiseerde zorg moet falen, omdat de band met de verantwoordelijkheid van de hele gemeenschap voor zorgzaamheid wordt doorgeknipt. Een zorgzame samenleving kan nooit worden gerealiseerd vanuit de markt alleen. Een radicale invoering van een vrije zorgmarkt kan ons zorgmodel op de helling zetten dat uitgaat van een maatschappelijke verantwoordelijkheid van alle burgers. Als meer marktprincipes - zoals vrije toegang, vrije prijsbepaling, vrije vestiging, geen planning van aanbod, geen voorwaarden, geen kwaliteitscontrole - zouden worden toegelaten, ondermijnen wij de vanzelfsprekende toegankelijkheid tot de beste zorgen voor allen.Toch moeten we het durven hebben over "ondernemen in de zorg". Ondernemen? Ja! Ik noemde de social-profitorganisaties "maatschappelijke ondernemers". Ook uw organisatie wijst op het bijzondere karakter van wat ondernemen is voor de welzijnssector. Dat zie ik in het ontwerp van definitie dat het Vlaams Welzijnsverbond over ondernemen in welzijn voorstelt. Ik citeer: "Ondernemers in welzijn gaan op zoek naar sociaal, maatschappelijke vraagstukken en zoeken manieren om hierin een duurzame verandering te realiseren in het belang van de cliënt, zijn netwerk en de samenleving. De ondernemers realiseren toegankelijke, betaalbare en maatschappelijk aanvaardbare ondersteuning, waarbij de keuze van de cliënt centraal staat. Zij zoeken op een innovatieve, creatieve, proactieve en solidaire manier naar oplossingen en durven hierbij risico’s nemen. Zij werken met overheidssubsidies en andere financieringsbronnen. Winst wordt geherinvesteerd om de sociale doelstelling te bereiken. Ondernemers in welzijn werken hiervoor in openheid samen met alle stakeholders en komen in solidariteit tot afspraken." (einde citaat)Dat zijn veel begrippen ineens. We kunnen ze in twee rubrieken onderbrengen: ten eerste het oogmerk van de zorgactiviteit, ten tweede de werkwijze om dat oogmerk te bereiken. Het oogmerk is enerzijds de cliënt, de mens met zijn vraag, en anderzijds het vraagstuk waarop een duurzaam antwoord moet worden gegeven. De werkwijze is: met overheidsgeld en andere financieringsbronnen innovatief, creatief en proactief oplossingen zoeken en realiseren.  Ik voeg voor alle duidelijkheid aan die werkwijze nog twee kenmerken toe: efficiëntie en effectiviteit. In uw definitie zitten die begrippen eigenlijk al. Er moet behoedzaam met de middelen worden omgesprongen (efficiëntie), er moet resultaatgericht worden gewerkt (effectiviteit). Uw definitie sluit zelfs "winst" niet uit, weliswaar met de bedoeling om die te investeren in meer effectiviteit.Maar efficiëntie en effectiviteit in de zorg kunnen niet zomaar dezelfde inhoud hebben als in de economie. Efficiëntie en effectiviteit mogen nooit zo bepalend worden, dat een zorgverstrekker de kosten- en batenanalyse voorop gaat stellen. Dan verlaten wij het pad dat we voor ogen hadden door het vrij initiatief in de zorgsector toe te wijzen aan de social-profitsector. Wij beseffen uiteraard dat vandaag de echte social profit meer is dan de rechtsvorm van een vzw. Wij weten maar al te goed dat die vzw-structuur niet genoeg is om duidelijk te maken dat de instelling of organisatie inderdaad waardegedreven is (veel commerciële groepen kopen vzw’s of gebruiken de rechtsvorm). Wie echt waardegedreven is zal dat zichtbaar moeten maken via zijn bestuursmodel van corporate governance.Waardegedreven ondernemen in de zorg gaat ervan uit dat de mens niet alleen vrager en ontvanger is van de zorg, maar ook het voorwerp van de zorg. Zorg is bijgevolg meer dan de aaneenschakeling van technisch goed uitgevoerde handelingen. De relatie tussen de zorgbehoevende en de zorgverstrekker verschilt van de klassieke economische relatie tussen vraag en aanbod. Het onderscheid tussen een klant van een winkel en een cliënt van een zorginstelling is dat laatstgenoemde er niet voor gekozen heeft om cliënt te zijn. En dat hij alvast niet als "klant" behandeld wil worden: kopen en betalen. Dat ons zorgaanbod "client centered" moet zijn, is iets anders dan de vraag naar "klantvriendelijkheid".  De cliënt van een zorgverstrekker is allereerst een medemens met recht op respect en gelijkwaardigheid.In het zorgproces krijgen mensen deel aan elkaars wel en wee. In zorgrelaties is er niet enkel afhankelijkheid tussen de zorgontvanger en de zorgverlener, ook aanhankelijkheid, en deze is wederzijds. De Nederlandse ethica Annelies van Heyst van de Universiteit van Tilburg meent dat zorg een wijze van vormgeven aan de wereld is, van stichten van gemeenschappelijkheid. Zorg is geen productieproces dat zonder meer vooraf gepland kan worden. Iedere situatie is uniek en de uitkomst is vaak onvoorspelbaar. Natuurlijk moeten we resultaatgericht denken, maar nooit zo dat de menswaardigheid ondergeschikt wordt aan de technische mogelijkheden. Technische competentie moet worden geïntegreerd in een breed kader. Ik ben, zoals u weet, een aanhanger van het principe: "Meten is weten." Maar ik weet ook dat er zaken zijn die je niet kunt meten. De aandacht voor een mens en zijn zorgvraag beantwoord je niet alleen met de optelsom van de berekende tijden van de handelingen. Soms moet men in de zorg ook tijd verliezen, als de mens aandacht vraagt. Het zelfbeeld en het zelfvertrouwen weer helpen opbouwen, vergt tijd en ruimte die niet zonder meer gemeten kan worden. “Langzaamheid is een kernbegrip”, schreven de Nederlands-Duitse psychiater Detlef Petry en de Nederlandse ethicus Marius Nuy in hun boek 'De Ontmaskering'. Langzaamheid en geduld zijn begrippen die moeilijk passen in het woordenboek van een (terecht) op efficiëntie gerichte economie, maar die in de zorg hun nut bewijzen en hun beslag moeten blijven krijgen. Natuurlijk is marktwerking belangrijk. Maar marktwerking is niet gelijk aan commercialisering. Heeft de profit-sector een plaats gekregen in de zorgsector, bovenal in de kinderopvang en de ouderenzorg, toch moet de non-profit de toon blijven zetten, anders glijden wij af naar een zorgaanbod met twee snelheden. De impact van de EU op de organisatie van zorg en hulp is niet te onderschatten (vooral in de zo pas genoemde sectoren van kinderopvang en ouderenzorg (u zult het ook wel weten dat de commerciële rustoorden naar de Europese Commissie lopen om te betwisten dat de animatietoelage alleen naar social profit gaat). In de volgende jaren gaat veel afhangen van de bereidheid en de dynamiek van de social profit om de opportuniteiten te grijpen (uitbreiding ouderenzorg, gehandicaptenzorg enz.). Veel zal afhangen van bestuurskracht. De coöperatieve aanpak en de zorgintegratie over de sectoren heen moet in uw sector het antwoord zijn op de commercialisering. Zorgintegratie kan immers de eisen van kostenreductie en van kwaliteitsverbetering verzoenen."Ondernemen in de zorg" is nodig. Maar dan in de betekenis dat moet worden gezocht naar nieuwe en innovatieve manieren om de bestaande zorg met het blijvende oogmerk - een betaalbare en voor allen toegankelijke zorg van hoge kwaliteit voor iedereen - aan te bieden en uit te breiden Dan hebben wij het over onder meer resultaatsverbintenissen en performance, al zullen we ook moeten erkennen dat in bepaalde gevallen de resultaatsverbintenis en de performance nooit verder zullen geraken dan blijvende opvang en blijvende begeleiding zonder verbetering. Het zal duidelijk zijn dat, wat mij betreft, de subsidiërende overheid, die er moet voor zorgen dat de zorg toegankelijk blijft voor iedereen, dit moet valoriseren in de beheersovereenkomsten en contracten met de zorgverstrekkers. In steeds meer sectoren evolueren we naar meer vraaggestuurde financieringsvormen, wat voor de sector een hele uitdaging is.Er zijn maar twee manieren om naar de mens te kijken. Ofwel bekijken we hem vanuit zijn nuttige waarde. Ofwel bekijken we hem vanuit zijn fundamentele waardigheid. Er is niets mis mee, als we aandacht hebben voor het nut dat iemand kan hebben, op voorwaarde dat de mens ook meer mag zijn dan zijn economische, intellectuele of technische nuttigheid.  Indien voor een samenleving de mens alleen maar waarde zou hebben in de mate dat hij bijdraagt tot het economische, culturele of sociale leven, dan dreigt die samenleving de mens te laten vallen van zodra hij geen economische of andere meerwaarde meer toevoegt. Wie de mens bekijkt vanuit zijn fundamentele waardigheid, laat een mens nooit vallen. Door zijn kwetsbaarheid - als kind, jongere, bejaarde, zieke of persoon met een handicap - is de mens aangewezen op het respect van de anderen. Dat wij mensen in hun zorg nooit laten vallen blijkt uit de cijfers van de tewerkstelling. Er werken momenteel 655.000 werknemers in de social profit in  België, private en publieke sector samen. 210.000 jobs meer dan in 1999. Met meer dan 340.000 werknemers is de welzijnszorg de belangrijkste sector uit de social profit. Tussen  1999 en 2009 is de welzijnssector met 68 procent gegroeid, dat is meer dan twee keer de groei van de gezondheidszorg (31 procent). De groei in de welzijnszorg is vooral bij de kinder-en de gezinszorg. Ook de residentiële gehandicaptenzorg steeg: met 33 procent. Tegen 2014 zouden er nog 62.000 banen bij moeten komen om het hoofd te kunnen bieden aan de voortschrijdende vergrijzing. Maar de vergrijzing slaat ook toe bij de werknemers in de social profit: een vijfde van het personeel in de voorzieningen is 50 jaar of ouder. Het is al moeilijk om geschikte kandidaten te vinden voor specifieke functies. Als de sector er niet in slaagt om zijn oudere werknemers langer aan de slag te houden, stevenen we af op een tekort aan handen in de zorg. Een creatief personeelsbeleid is nodig, dat oog heeft voor een goed arbeidsklimaat  en een goede loopbaanbegeleiding.Deze feestzitting van het Vlaams Welzijnsverbond heeft als aanleiding het afscheid van Theo Rombouts als voorzitter van dit verbond van zorginstellingen. Theo mag het prototype worden genoemd van de bestuurder die niet alleen dit mensbeeld voor ogen hield, maar die ook al zijn capaciteiten aanwendde om dat beeld van de tot solidariteit verplichte en op solidariteit rechthebbende medemens het fundament te doen zijn van onze zorgpolitiek. Niet alleen als voorzitter van het Vlaams Welzijnsverbond, maar ook in zijn vorige loopbaan. Bedankt hiervoor! Ook namens minister Jo Vandeurzen die helaas niet aanwezig kon zijn maar mij uitdrukkelijk heeft gevraagd om u zijn groeten en sympathie over te brengen.