Roep om 'meer Europa' smoort stem van lidstaten niet: nationaal buitenlands beleid verrijkt extern optreden EU
May 23 2011, 5:52am
Met de val van de Muur verdween het relatief overzichtelijke beeld van de bipolaire Oost-West-tegenstelling op ideologisch-politieke gronden. Door de opkomst van nieuwe, grote economieën en door de mondiale economische crisis leek er eerst een nieuwe Oost-West-concurrentie te groeien van economisch-politieke aard. Maar intussen voldoet dat analyseschema ook niet: alle economieën zijn meer dan ooit van elkaar afhankelijk.Na 9/11 leek een Oost-West-confict te ontstaan op levensbeschouwelijk-culturele grondslag. Het leek erop dat in de Arabische wereld een religieus reveil aan de gang is dat zich keert tegen het Westen. Maar intussen is ook hier nuance nodig: er is een democratische revolutie bezig die zich spiegelt aan het Westen.De 21ste eeuw bracht dus niet 'het einde van de geschiedenis', dat sommigen verhoopten, en niet 'de botsing der beschavingen', die sommigen vreesden. De bipolaire wereld is niet 'monopolair' geworden. Evenmin ontstond een nieuwe bipolariteit. De wereld van vandaag is gekenmerkt door globalisering enerzijds en multipolariteit anderzijds. Deze multipolariteit mag dan misschien wel komaf maken met riskante zero sum games uit het verleden, ze verhoogt ook het aantal variabelen waarmee buitenlands beleid rekening moet houden.Hoe geven we bijvoorbeeld mede vorm aan een noodzakelijk evoluerend multilateraal kader, waarbij de G20 een meer prominente plaats inneemt? Hoe verdedigen we hierin onze belangen? Hoe zien we de verhouding tussen bilaterale handelsakkoorden en het multilaterale handelssysteem? Hoe gaan we om met de verdamping van de illusie van een wereld die ideologisch zou convergeren naar een westers, marktgeoriënteerd en 'waardesuperieur' model? Hoe behouden, versterken en promoten we ons 'duurdere' Rijnlandmodel van sociale markteconomie, waarin duurzame groei én sociale zekerheid samengaan, terwijl de wereldeconomie verder draait volgens de neoliberale principes en praktijken van snelle winst en sociale flexibiliteit (ondanks het economische debacle dat er het gevolg van was)? Hoe kunnen we blijven beweren dat economische vrijheid ook politieke vrijheid veronderstelt en opeist, terwijl het Chinese model van economisch kapitalisme en politiek marxisme een ongeziene economische groei oplevert? Hoe zorgen we ervoor dat onze toewijding aan de bevordering van de mensenrechten niet veronachtzaamd wordt door de aandacht voor onze economische belangen?Feit is, Europa moet, om in de multipolaire wereld mee te kunnen spelen en een doorslaggevende stem te kunnen hebben, leren spreken met één stem. We hebben bewezen dat we het kunnen. We wisten een eensgezind en coherent Europees standpunt te bereiken voor zowel de biodiversiteitconferentie COP10 in Nagoya (18-29 oktober 2010) als de klimaatconferentie COP16 in Cancun (29 november-10 december 2010). In Nagoya en Cancun zagen we de doeltreffendheid van een gezamenlijk EU-optreden in een multilaterale context. De inspanningen leidden tot een succesvol resultaat in Nagoya en tot tastbare stappen voorwaarts in Cancun (in tegenstelling tot Kopenhagen in 2009).De financieel-economische crisis dwingt ons nieuwe bakens uit te zetten, niet alleen voor de economische integratie, maar ook voor een gemeenschappelijke economische diplomatie. Het is duidelijk dat een gemeenschappelijke Europese buitenlandse politiek belangrijker moet worden. Ook op dat vlak is 'meer Europa' nodig. Een belangrijke drijfveer van het Verdrag van Lissabon was het besef dat de lidstaten van de Europese Unie elk afzonderlijk het verschil niet meer kunnen maken in de grote wereldvraagstukken van de 21ste eeuw. Een Europa dat in de wereld spreekt met één stem, dat is de ambitie van de vernieuwde Europese instellingen.Het Verdrag van Lissabon bezorgde de Unie de nodige instrumenten om daaraan te werken. Overtuigd van het belang van ‘meer Europa’ heeft België tijdens zijn roterend Europees voorzitterschap alvast de aanzet gegeven tot het omvormen van de Europese diplomatie van een idee naar een realiteit. Wij moeten ervoor zorgen dat het nieuwe externe optreden van de Unie dynamischer en inclusiever wordt, en meer gericht op actie. Synergie moet het sleutelwoord worden.De moeizaam tot stand gekomen verklaringen over de situatie in Noord-Afrika toonden dat nog een hele weg is af te leggen. De buitenlandse politiek van Europa is nog grotendeels multipolair, omdat de belangen van de Europese lidstaten, waarvan sommige lid zijn van de G20, niet altijd sporen. 'Eenmaking' op het vlak van het buitenlandbeleid dringt zich op.De vraag dient gesteld of een land als België in het kader van een sterkere gemeenschappelijke Europese buitenlandse politiek een rol kan spelen en of het daarnaast nog een eigen buitenlands beleid dient te voeren.Rol van België in een Europees buitenlands beleidWat het eerste punt betreft, de rol van een land zoals België in een Europese buitenlandse politiek, meen ik dat een kleiner land soms een grotere vrijheid heeft om bepaalde punten te agenderen en op gang te brengen. Zo was België het eerste land dat de mensenrechtensituatie in Libië ter sprake bracht binnen de EU en er de aandacht voor vroeg in de VN-Mensenrechtenraad. Pas daarna is de discussie in de Raad op gang gekomen.De pioniersrol van kleinere landen op het internationale toneel kan nog met andere Belgische voorbeelden worden geïllustreerd. Onder Belgische impuls werden nucleaire non-proliferatie en ontwapening erkend als NAVO-streefdoelen. In augustus 2010 trad de Conventie over Clustermunitie in werking. België was niet alleen het eerste land dat clustermunitie verbood en zijn voorraad ervan vernietigde, het ijverde ook voor een wereldomvattend verbod en voor correcte uitvoering van het Verdrag, met bijzondere aandacht voor hulp aan slachtoffers.Er zijn nog andere voorbeelden te vermelden. In 2010, tien jaar na VN-resolutie 1325, die alle landen opriep meer vrouwen, de eerste slachtoffers van geweld bij gewapende conflicten, te betrekken bij vredesoperaties, vredesonderhandelingen en democratisering, organiseerde België, in samenwerking met de Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton, conferenties in Brussel, New York en Genève. Deze conferenties hebben bijgedragen tot een sterk EU-standpunt in de Veiligheidsraad, dat ook kritische landen een systeem van monitoring deed aanvaarden. België is voorstander van verdere ontwikkeling van het humanitair recht. Op de herzieningsconferentie te Kampala van het Statuut van Rome voor het Internationaal Strafhof wist België een consensus te bewerkstelligen om de lijst van oorlogsmisdaden bij niet-internationale gewapende conflicten uit te breiden met 'wrede wapens' (gifwapens, stikgas en dumdumkogels).De afgelopen decennia is de waaier van de wereldproblemen aanzienlijk toegenomen. Ik denk aan de zorg voor een leefbare planeet, het reguleren van economische en financiële transacties, de bescherming van burgers tegen menselijk geweld of tegen natuurrampen. Zoals Kofi Annan, gewezen secretaris-generaal van de Verenigde Naties, het zei: 'More than ever before in human history, we share a common destiny. We can master it only if we face it together. And that is why we have the United Nations.'In de gezamenlijke aanpak van de huidige wereldproblemen is de bijzondere know-how en de historisch ontstane expertise van elk land afzonderlijk niet onbelangrijk. Dat geldt evenzeer voor kleinere of middelgrote landen. Zo zijn de Belgische interesse in en kennis van Centraal-Afrika van belang. Niet alleen Europa maar ook de Verenigde Staten rekenen op België om een bijzondere inbreng te leveren in dit dossier. De normalisering van de relaties van België met de Democratische Republiek Congo werpt een brug tussen Congo en de wereld. België wist aldus in 2010 te zorgen voor verlenging van het mandaat van de VN-vredesoperatie in de DRC, nu MONUSCO. De landen van de Grote Meren-regio blijven een prioriteit van de Belgische diplomatie. Daarom zette ik deze regio op de agenda van Europa en van de internationale gemeenschap. Het Belgische voorzitterschap van de EU zette bovendien niet alleen Centraal-Afrika maar héél Afrika op de Europese agenda.De EU en de lidstaten zijn belangrijke deelnemers aan de vredesmissies van de VN. De unieke kracht van de Europese aanpak is het samengaan van soft power en hard power, van burgerlijke en militaire inzet om de wereldpolitiek te sturen en de vredesvraagstukken te beheersen. Deze smart power is de kern van de Europese veiligheidsstrategie. Ook op dat vlak heeft Europa nog niet zijn potentie getoond. Dat zal het pas kunnen, als het niet langer in verspreide slagorde optrekt. Dat veronderstelt echter ook dat een lidstaat zijn bijzondere bekwaamheid moet kunnen inbrengen.Een interessant voorbeeld was de hulp na de aardbeving op Haïti (12 januari 2010). B-FAST, het Belgische hulpteam, waarvan het plannings- en het coördinatiecomité worden voorgezeten door Buitenlandse Zaken, was één van de eerste ter plaatse. Het toont België als solidair en geëngageerd, ook wanneer er geen direct eigenbelang mee gemoeid is. De coördinatie van solidair engagement voor noodhulp is een zeer belangrijke opdracht in het kader van buitenlandse politiek. Naar aanleiding van de catastrofes in Haïti en Pakistan keurde de Raad Algemene Zaken van december 2010 onder impuls van het Belgisch Voorzitterschap conclusies goed in verband met een Commissiemededeling voor verdere verbetering van het Europese optreden op het vlak van rampenbestrijding, en dit zowel op het vlak van doeltreffendheid en efficiëntie als van coherentie en visibiliteit. Deze mededeling zal verder vertaald worden in een aantal wetgevende initiatieven.De noodzaak van een eigen consulaire, economische en culturele diplomatieIn het eigen buitenlands beleid van een EU-lidstaat is het duidelijk dat een eigen consulaire diplomatie noodzakelijk blijft. Meer nog dan voorheen zelfs, in een wereld van mobiliteit. Over het aantal Belgen in het buitenland bestaan geen exacte cijfers. Naast de ruim 350.000 Belgen die zijn ingeschreven in de consulaire registers van de Belgische diplomatieke vertegenwoordigingen, reist of verblijft een veelvoud tijdelijk in het buitenland. Vooral in noodsituaties is consulaire bijstand belangrijk: bij verlies van documenten en geld, bij ongevallen, rampen, repatriëringen en evacuaties.De consulaire functie is ook noodzakelijk in omgekeerde richting, onder meer voor het visumbeleid. De betekenis van een beslissing gaat bovendien uit boven het individuele visumdossier. Een goed visumbeleid moet menselijk zijn, maar tegelijk een sluitende controle waarborgen op migratie. Daarnaast vragen ook goede handelsrelaties een kwaliteitsvolle consulaire dienstverlening.Waarmee tegelijk gezegd is dat, naast de consulaire diplomatie, de economische diplomatie de tweede taak is die een sleutelrol zal blijven spelen voor een nationaal buitenlandbeleid van de Europese lidstaten. Wat België betreft is het voldoende te wijzen op het open karakter van onze economie, om te beseffen hoe belangrijk een eigen economische buitenlandse politiek is. Belgiës openheidsgraad is een van de grootste van de wereld. De toekomst van zijn economie hangt grotendeels af van internationale economische betrekkingen. Dat betekent twee dingen: aanwezig zijn op buitenlandse markten en buitenlandse investeerders aantrekken.België kan dan wel geografisch en demografisch een land van bescheiden omvang zijn, toch is het economisch een van de tien grootste handelsnaties ter wereld (en wat export per hoofd van de bevolking betreft, staat België aan de top: de Belg mag zich met recht en reden 'de grootste exporteur ter wereld' noemen). Een open economie als de Belgische heeft meer dan andere een belang bij ondersteuning van de eigen bedrijven bij hun internationale operaties. Niet alleen in nieuwe economieën, ontwikkelingslanden en de BRIC-landen, maar ook in de OESO-landen kan een ambassadeur of een consul-generaal het verschil maken voor CEO's en bedrijven op zoek naar investeringen en handelspartners.De internationale uitdagingen waarvoor onze economie staat, hebben direct impact op het dagelijks leven van iedereen. De exporterende en mondiaal investerende bedrijfswereld beseft intussen goed dat het werkterrein van Buitenlandse Zaken nauw bij haar belangen aansluit. Als open vrijhandelsnatie, als land dat het Rijnlandmodel omarmt, als belangrijk gastland en investeringsland heeft België belang bij multilaterale en regionale systemen, gebaseerd op rechtsregels die zijn burgers en zijn bedrijven zekerheid bieden.Economische diplomatie is niet alleen een zaak van grote momenten, zoals de prinselijke economische missies in 2010 naar India, Brazilië, Oekraïne en Kazachstan. Ook de dagelijkse behartiging van de grote en kleine belangen van onze bedrijven kreeg onverminderd de aandacht van de diplomatieke posten en het hoofdbestuur.In de niet aflatende concurrentiestrijd tussen landen en tussen ondernemingen is de rol van de diplomatie van groot belang om de handelsrelaties te verbeteren met de opkomende economieën in de ontwikkelingslanden én de BRIC-landen. In 2011 zal België daarom de staatshoofden van India, Brazilië en China op officieel bezoek ontvangen. Diverse andere regeringsleiders zullen, al dan niet vergezeld van belangrijke zakendelegaties, België verkennen. Natuurlijk zullen de diverse missies ook belangstelling hebben voor onze traditionele transatlantische, Aziatische, Arabische en Latijns-Amerikaanse handelspartners. Ook de sterk stijgende aanwezigheid van Afrika in de wereldeconomie zal onze aandacht opeisen.In de huidige geglobaliseerde wereld ontmoeten en botsen niet alleen economische belangen, ook beschavingen en culturen komen met elkaar in aanraking. Juist daarom wordt culturele diplomatie steeds belangrijker in het diplomatieke verkeer en de internationale betrekkingen. De mondialisering van de mensengemeenschap heeft dan ook baat bij de dialoog van culturen en de ontmoeting van gedachten. Schoonheid, in casu kunst en cultuur, zijn de 'verleidelijke' kant van 'the fair face of a country'. In een geglobaliseerde wereld waarin de beschavingen elkaar voortdurend ontmoeten, is ook schoonheid het beste middel om barrières te slechten. De diversiteit van dé Europese cultuur laat duidelijk verstaan dat culturele diplomatie nooit een louter Europees verhaal kan zijn. Je toont Europa pas door zijn diversiteit te tonen. En dat kan slechts als de lidstaten hun eigen culturele diplomatie voeren.Een land verzorgt zijn imago door de kwaliteit van zijn politieke democratie, door de prestaties van zijn economie, maar ook door wat het cultureel te bieden heeft. Kunst en cultuur brengen de dialoog van de beschavingen tot stand. Cultuur is altijd wisselwerking. Cultuur werkt 'grensverleggend'.Landen met geopolitieke ambities onderkennen al lang de relatie tussen culturele uitstraling en internationale invloed. Cultuur draagt immers waarden uit. Joseph Nye, voormalig decaan van de Kennedy School aan Harvard, noemde de culturele diplomatie een essentieel aspect van soft power. Soft power is meer dan invloed, meer dan overtuigingskracht, meer dan argumentatieloze argumentatie, soft power is vooral 'aantrekkingskracht', verleidingskunst. De verleidingskunst van culturele diplomatie werkt, juist omdat cultuur ook drager is van waarden.De meertaligheid van België is een unique selling proposition voor de culturele diplomatie. Die meertaligheid is het gevolg van de 'geoculturele' ligging van ons land, gelegen op het raakpunt tussen de Germaanse en de Romaanse cultuur. Meertaligheid is voor onze diplomaten meer dan gewoon het spreken van een andere taal. Meertaligheid is een culturele ingesteldheid en een fijngevoelig begrip voor de argumenten van de ander. Een goed diplomaat moet niet alleen een boodschap kunnen overbrengen, maar hij of zij moet ook en niet het minst de kunst van het luisteren beoefenen. Een Belgisch diplomaat hoeft dit niet te leren, hij of zij is hiermee opgegroeid. Misschien is dit wel dé kracht van onze diplomatie.Diplomatie van de urgentie én behartiging van waardenSinds de val van Muur is de wereld opgehouden bipolair te zijn. Door de multipolariteit in een geglobaliseerde context volgen de crises elkaar op. Dat ze niet te voorspellen zijn, hebben de recente ontwikkelingen en revoluties in de Arabische wereld aangetoond. De 'diplomatie van de urgentie en van de actie' bepaalt steeds weer onze buitenlandse politiek. Juist daarom moeten we ervoor zorgen dat het nieuwe externe optreden van de Europese Unie dynamischer en inclusiever wordt, meer spreekt met één stem en meer gericht is op actie.Dat sluit de betekenis en de noodzaak van een eigen nationaal buitenlands beleid van de lidstaten niet uit. Integendeel, eigen consulaire diplomatie, eigen economische en eigen culturele diplomatie zijn een voertuig voor het efficiënt en resultaatgericht behartigen van de waarden en principes die Europa belangrijk vindt in het streven naar een rechtvaardiger wereld.België vormt een goede illustratie van de pioniersrol die kleinere landen op het internationale toneel kunnen spelenSteven Vanackere,Vice-Remier & Minister van Buitenlandse Zaken “Artikel met toestemming van de redactie overgenomen uit de Internationale Spectator, maandblad voor Internationale politiek, uitgegeven door de Koninklijke Van Gorcum te Assen namens het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael te Den Haag.”
In het gerenommeerde tijdschrift "De Internationale Spectator" verscheen een artikel van onze Minister van Buitenlandse Zaken, Steven Vanackere. De moeite waard om eens rustig na te lezen.